Je hebt een offerte gemaakt, de klus is afgerond, de factuur is verstuurd. Maar heeft dit project nou geld opgeleverd, of draai je eigenlijk verlies? Bij veel bedrijven in bouw, installatie en hovenierswerk is het antwoord: dat weet je pas als de boekhouder aan het einde van het jaar de cijfers erbij pakt. Dan is het te laat om nog iets aan te passen.
Het probleem zit niet in de wil om het bij te houden. Het zit in waar de gegevens staan. Uren staan in een urenregistratie-app of op een briefje. Materiaalbonnen liggen in de auto of worden los ingescand. Inkoopfacturen van de leverancier komen via e-mail binnen en worden geboekt zonder projectcode. Drie plekken, drie systemen, en niemand telt ze structureel bij elkaar op per klus.
Nacalculatie – het vergelijken van wat een project werkelijk heeft gekost met wat er was begroot – vraagt dus geen nieuwe gegevens. De uren, het materiaal en de facturen worden toch al vastgelegd, deels omdat de wet dat vereist (zie hieronder). Het enige wat ontbreekt is de koppeling: alles onder dezelfde projectcode zetten, zodat je aan het eind één getal ziet in plaats van drie losse lijstjes.
