Een klant belt: de klus van vorige week ging niet door, of er staat een verkeerd aantal uren op de factuur. De eerste reflex is om de factuur te openen en het bedrag te corrigeren. Dat is precies de stap die je niet moet zetten.
De Belastingdienst stelt eisen aan de nummering van facturen: je gebruikt opeenvolgende nummers, en elk nummer mag maar één keer voorkomen (Belastingdienst, factuureisen). Verander je een factuur die al verstuurd en verwerkt is, dan klopt je nummerreeks niet meer met wat je klant heeft ontvangen en wat in je boekhouding staat. Bij een controle is dat precies het soort gat dat vragen oproept.
De oplossing die boekhoudpakketten daarom allemaal op dezelfde manier bouwen: je laat de foute factuur staan zoals hij is, en zet er een nieuwe factuur met een negatief bedrag tegenover — de creditnota, ook wel creditfactuur genoemd. Die krijgt een eigen, volgend nummer en verwijst naar het factuurnummer dat hij corrigeert. Je administratie blijft daarmee volledig: je kunt altijd terugzien wat er origineel gefactureerd is, en wat er later gecorrigeerd is en waarom.
Dat klinkt als een omweg voor iets simpels, maar het is precies waarom dit zich goed laat automatiseren. Het is geen inhoudelijke beoordeling per geval — het is een vast stramien: nieuwe factuur, negatief bedrag, verwijzing naar het origineel. Dat stramien kun je een systeem laten uitvoeren zodra de aanleiding (een annulering, een correctie) ergens anders al is vastgelegd.
