Zolang de winst van je eenmanszaak bescheiden is, hoef je hier niet wakker van te liggen. Het wordt interessant zodra de winst jaar na jaar groeit en een groot deel ervan in het bedrijf blijft zitten in plaats van dat je het meteen nodig hebt om van te leven.
Het verschil zit in hoe de winst belast wordt. Als eenmanszaak betaal je over je winst inkomstenbelasting in box 1, met een tarief dat oploopt tot 49,5% boven de €78.426 (KVK, belastingtarieven 2026). Je krijgt daar twee aftrekposten voor terug: de mkb-winstvrijstelling van 12,70% en de zelfstandigenaftrek. Die laatste is in een paar jaar vrijwel verdwenen: in 2025 was dat nog €2.470, in 2026 nog maar €1.200 (KVK, belastingtarieven 2026). Hoe hoger je winst, hoe minder die aftrekposten tegen het hoogste tarief in de schaal nog opwegen.
In een bv werkt het anders. De bv betaalt vennootschapsbelasting over de winst: 19% tot €200.000, 25,8% daarboven (KVK, belastingtarieven 2026). Jij als eigenaar betaalt pas belasting — in box 2, 24,5% tot €68.843 en 31% daarboven — op het moment dat je geld uit de bv naar jezelf overmaakt als dividend. Winst die in de bv blijft staan om te investeren, blijft op dat lagere vpb-tarief staan. Dat uitstel is precies waarom een bv vanaf een bepaald niveau voordeliger wordt: niet omdat het tarief per se lager is, maar omdat je zelf bepaalt wanneer je afrekent.
