Bij een schoonmaakbedrijf met vijftien medewerkers verspreid over acht locaties, of een uitzendbureau dat elke week een andere combinatie van mensen bij verschillende opdrachtgevers moet neerzetten, is het rooster nooit echt af. Er is een basisplanning in Excel of op een planbord, en daarnaast een groepsapp waarin wijzigingen, ziekmeldingen en ruilverzoeken door elkaar heen lopen.
Zodra iemand zich ziek meldt, verschuift de rest van de week. Wie neemt de dienst over? Heeft die persoon deze week al genoeg uren gedraaid, of juist te weinig? Zit er nog voldoende rust tussen de dienst van gisteravond en de nieuwe dienst van morgenochtend? Dat reken je in je hoofd uit, met het risico dat je een fout maakt die je pas merkt als een medewerker erover belt.
De tijd die dit kost, valt niet op omdat die is opgeknipt in kleine momenten: een appje hier, een telefoontje daar, een half uur schuiven op zondagavond voor de planning van maandag. Opgeteld over een jaar is dat een fors deel van de tijd die een planner of bedrijfsleider aan roosteren kwijt is — tijd die niet gaat naar het werk waar de omzet vandaan komt. En hoe meer medewerkers en locaties erbij komen, hoe sneller dat oploopt: bij drie man is een appje voldoende, bij dertig man op acht locaties is elke wijziging een kleine reken- en communicatieklus op zich.
