Koop je een bedrijfsmiddel dat een aantal jaren meegaat, zoals een machine, een bedrijfsauto of laptops voor je personeel, dan mag je de aanschafkosten niet in één keer aftrekken. Je spreidt de kosten over de jaren dat je het middel gebruikt. Dat heet afschrijven, en het bepaalt elk jaar opnieuw een deel van je fiscale winst.
De berekening is vast: afschrijving per jaar = (aanschafkosten − restwaarde) gedeeld door de verwachte levensduur. Ondernemersplein geeft als voorbeeld een camera van 3.000 euro, met een verwachte levensduur van 5 jaar en een geschatte restwaarde van 500 euro. Dat levert een afschrijving van 500 euro per jaar op: (3.000 − 500) ÷ 5.
Deze regel geldt alleen vanaf een bepaald aankoopbedrag. Bedrijfsmiddelen die minder dan 450 euro hebben gekost, mag je in één keer als kosten aftrekken in het jaar van aanschaf. Pas bij 450 euro of meer ben je verplicht om te spreiden. Dat onderscheid is in de praktijk vaak de eerste vraag die opduikt bij een nieuwe aankoop: mag dit ineens, of moet dit over meerdere jaren uitgesmeerd worden.
