Iedereen van wie je persoonsgegevens verwerkt, mag je vragen welke gegevens dat precies zijn en wat je ermee doet. Dat heet het recht op inzage, geregeld in artikel 15 van de AVG. Het geldt voor klanten, sollicitanten, oud-medewerkers, huurders — iedereen die op enig moment in je systemen is beland.
Dit komt vaker voor dan de meeste ondernemers denken. Een sollicitant die is afgewezen en wil weten wat er over hem is genoteerd. Een oud-medewerker na een ontslag met een vervelende nasmaak. Een klant die het niet eens is met een factuur en precies wil weten wat je van hem hebt vastgelegd. Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens hoeft iemand niet te zeggen waarom hij inzage wil, en hoeft hij ook niet aan te geven in welke specifieke gegevens — het recht geldt in principe op alles.
De valkuil zit niet in de wet zelf, maar in herkenning. Een inzageverzoek hoeft niet als zodanig te zijn aangekondigd. Een simpel mailtje met "kun je me laten weten welke gegevens jullie van mij hebben" is al een geldig verzoek, ook als er geen woord AVG in staat. De klok begint te lopen op het moment dat het binnenkomt bij wie het ook leest — niet op het moment dat iemand intern beseft wat het is.
Dat maakt dit een proces dat maar zelden voorkomt binnen één bedrijf, maar wel een proces waar iedereen die post of mail behandelt — klantenservice, HR, de eigenaar zelf — van moet weten dat het bestaat.
