Een betalingsherinnering versturen als een factuur te laat is, klinkt als één simpel proces: check de vervaldatum, stuur een bericht. In de praktijk splitst de wet dit in twee heel verschillende routes, en welke route geldt hangt af van wie de schuldenaar is.
Bij een zakelijke klant — een bedrijf, een stichting, een overheidsinstelling — mag je meteen kosten in rekening brengen zodra de betaaltermijn is verstreken. Bij een particuliere klant die niet handelt namens een bedrijf, mag dat niet. Die moet eerst een aanmaning krijgen met een termijn van veertien dagen, en pas als die vruchteloos verstrijkt, mag je kosten rekenen. Dit staat in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek, lid 4 en lid 6.
Voor een systeem dat automatisch herinneringen verstuurt, betekent dit dat het onderscheid tussen een zakelijke en een particuliere klant vooraf vastgelegd moet zijn. Een webshop die zowel aan bedrijven als aan consumenten verkoopt, en die klanten in hetzelfde proces afhandelt zonder dat onderscheid, loopt het risico dat het bij consumenten te vroeg kosten rekent — met als gevolg dat die kosten juridisch niet afdwingbaar zijn, ook niet via de rechter of een incassobureau.
