← Alle artikelen

Factoring: facturen verkopen voor direct geld, en wat dat kost

Oarized · 8 november 2026

Wat factoring is en hoe het werkt

Factoring betekent dat je een openstaande factuur verkoopt of verpandt aan een factoringbedrijf, de factor. In plaats van te wachten tot je klant betaalt, krijg je het grootste deel van het factuurbedrag meteen. De factor regelt daarna zelf de inning bij je klant, of jij int het geld en betaalt de factor terug zodra het binnen is. Welke variant geldt, hangt af van de vorm die je kiest.

De Kamer van Koophandel noemt factoring ook wel debiteurenfinanciering: je financiert je bedrijf met de waarde van je openstaande rekeningen, niet met een lening op onderpand van bijvoorbeeld een bedrijfspand of machine. Dat maakt het bruikbaar voor bedrijven die weinig bezittingen hebben om als onderpand aan te bieden, maar wel regelmatig facturen hebben uitstaan.

Het aanvraagproces verloopt bij de meeste aanbieders ongeveer hetzelfde. Je vraagt online aan, de factor beoordeelt binnen meestal één werkdag je bedrijf en de klanten waarvan je facturen wilt verkopen, je ondertekent een overeenkomst en dient daarna facturen in via een platform. De uitbetaling volgt meestal binnen 24 uur, en pas later betaal je de factor terug inclusief de kosten.

Daarmee is meteen duidelijk wat factoring wel en niet oplost. Het is geen extra omzet en geen lening op basis van je toekomstige winst. Het haalt geld naar voren dat je al verdiend hebt, maar nog niet hebt ontvangen. Of dat de moeite waard is, hangt af van wat die snelheid je kost.

De twee vormen die voor het mkb meetellen

De KVK onderscheidt drie vormen, maar voor de meeste mkb-bedrijven en zzp'ers zijn er in de praktijk twee die ertoe doen.

Bij traditionele factoring verpand je je hele debiteurenportefeuille, niet losse facturen. De factor wil een gespreide groep klanten zien en keert meestal 80 tot 90 procent van het factuurbedrag direct uit; de rest volgt zodra de klant heeft betaald, minus de kosten. Omdat de factor afhankelijk is van de kwaliteit van je volledige klantenbestand, past deze vorm beter bij bedrijven met een stabiele, gespreide debiteurenportefeuille dan bij een onderneming met twee of drie grote klanten.

Bij American factoring kies je zelf welke facturen je verkoopt, eventueel al bij één of twee klanten. Je krijgt tot 97 procent van het factuurbedrag uitbetaald, tegen een factorfee van 1 tot 6 procent per factuur, soms met administratiekosten erbij. Dat tarief is geen vaste prijs: het hangt af van de betaaltermijn en de kredietwaardigheid van de klant die op de factuur staat, niet van jouw eigen kredietwaardigheid. Deze vorm is flexibeler en wordt vaker gebruikt door zzp'ers en kleinere bedrijven, juist omdat je alleen betaalt op het moment dat je het gebruikt.

Daarnaast bestaat reverse factoring (supply chain finance), maar die werkt andersom: niet jij, maar je leverancier krijgt sneller betaald, terwijl jij later aan de factor terugbetaalt. Dat is relevant als je zelf de grotere, kredietwaardige partij in de keten bent, niet wanneer je op zoek bent naar geld voor je eigen openstaande facturen.

Wat het kost en waar je op moet letten

De kosten van factoring bestaan meestal uit twee onderdelen: een percentage dat niet wordt uitgekeerd (het verschil tussen 100 procent en de 80 tot 97 procent die je direct krijgt) en een factorfee die daarover apart wordt berekend. Bij American factoring ligt die fee doorgaans tussen 1 en 6 procent per factuur. Voor traditionele factoring geeft de KVK geen vast percentage; daar reken je met een vast bedrag of een percentage van je omzet, dat de factor bepaalt op basis van de omvang en spreiding van je debiteurenportefeuille.

Twee dingen bepalen vooral hoe hoog die fee uitvalt. Ten eerste de betaaltermijn: hoe langer je klant mag betalen, hoe langer de factor voorfinanciert en hoe hoger de fee. Ten tweede de kredietwaardigheid van je klant: een grote, solvabele opdrachtgever levert een lagere fee op dan een klant waarvan de factor het risico moeilijker kan inschatten.

Er is nog een derde knop waar je zelf aan draait: hoeveel je uitbesteedt. Neemt de factor ook het volledige debiteurenbeheer over, inclusief herinneringen en eventuele incasso, dan betaal je meer dan wanneer je zelf int en alleen de voorfinanciering inkoopt.

Controleer ook of er btw op de factoringkosten in rekening wordt gebracht. Dat verschilt per constructie, omdat de precieze juridische vorm (verpanding of koop van de vordering) daarbij meetelt. Vraag dit specifiek na bij de aanbieder of je boekhouder voordat je de kosten in je administratie verwerkt, in plaats van aan te nemen dat het altijd is vrijgesteld.

Wanneer factoring geen goed idee is

Factoring lost een liquiditeitsprobleem op, geen marge- of winstprobleem. Als je marge op een opdracht lager is dan de factorfee, verlies je geld op precies de omzet die je factort. Reken dit vooraf uit per klant of per project, niet achteraf over je hele omzet.

Bij traditionele factoring en bij elke vorm waarbij de factor het debiteurenbeheer overneemt, krijgt je klant daar iets van te zien: facturen, herinneringen of telefoontjes komen dan van een andere partij. Bij klanten waarmee je een langdurige, persoonlijke relatie hebt, kan dat raar overkomen of de indruk wekken dat je liquiditeitsproblemen hebt. Dat is geen reden om factoring nooit te gebruiken, maar wel om vooraf te bepalen welke klanten je daarvoor wel en niet selecteert, zeker bij American factoring waar die keuze per factuur bij jou ligt.

Heb je maar incidenteel een korte cashflow-dip, bijvoorbeeld rond een grote materiaalinkoop of een paar weken voor de zomer? Dan is een doorlopende factoringconstructie vaak duurder dan nodig. Een tijdelijk overbruggingskrediet, een hogere rekening-courantlimiet bij je bank, of simpelweg strakker achter je betaaltermijnen aangaan, kost in dat geval vaak minder dan een percentage per factuur.

Tot slot: de factor beoordeelt het risico van je klant, niet van jou. Heb je veel klanten die traag of onregelmatig betalen, dan kun je daardoor hogere tarieven krijgen of zelfs worden afgewezen voor bepaalde facturen. En bij recourse-factoring, waarbij jij het kredietrisico houdt als de klant uiteindelijk niet betaalt, loop je dat risico gewoon door, ondanks dat je al bent uitbetaald. Vraag dit specifiek na: niet elke aanbieder neemt het wanbetalingsrisico volledig over.

Een aanbieder vergelijken: vijf vragen

Aanbieders verschillen onderling meer dan de reclame suggereert. Vijf vragen die het verschil maken voordat je tekent:

  • Welk percentage betaal je direct uit, en wanneer volgt de rest? Bij traditionele factoring is dat vaak 80 tot 90 procent, bij American factoring tot 97 procent, maar elke aanbieder rekent anders.
  • Wat is de factorfee, en waarover wordt die berekend? Per factuur, per maand, of als percentage van je totale omzet maakt voor je kostprijs nogal verschil.
  • Wie draagt het kredietrisico als de klant niet betaalt? Bij non-recourse factoring neemt de factor dat risico over, bij recourse-factoring blijft het bij jou.
  • Wat is de minimale contractduur en de opzegtermijn? Sommige aanbieders vragen een vast contract met een minimum aantal facturen per maand, andere werken puur per factuur zonder verplichting.
  • Wie doet het debiteurenbeheer, en hoe ziet je klant dat terug? Dit bepaalt hoeveel administratie je zelf nog doet en hoe zichtbaar de factor voor je klant wordt.

Vraag bij twijfel een proefberekening op basis van je eigen facturen, niet op basis van het voorbeeld dat de aanbieder op de website zet. Pas dan zie je wat factoring in jouw situatie werkelijk kost, in plaats van wat het gemiddeld kost.