← Alle artikelen

Fiscale oudedagsreserve afwikkelen: wat er met een bestaande FOR gebeurt

Oarized · 29 oktober 2026

De FOR is afgeschaft, maar een bestaande reserve blijft staan

Sinds 1 januari 2023 kun je als ondernemer met de inkomstenbelasting geen fiscale oudedagsreserve (FOR) meer opbouwen. De Belastingdienst is daar op de eigen site duidelijk over:

Sinds 2023 kunt u geen oudedagsreserve meer vormen.

Je mag over je winst dus niet langer een deel belastingvrij reserveren voor je pensioen.

Dat betekent niet dat een reserve die je vóór 2023 al had opgebouwd, is verdwenen. Op de Belastingdienst-pagina over de oudedagsreserve staat het met zoveel woorden:

Een opgebouwde FOR mag op de balans van uw onderneming blijven staan, u mag alleen geen bedragen meer toevoegen.

Je bestaande reserve blijft dus gewoon op je balans staan, als een post die je ooit moet afwikkelen.

Voor veel zzp'ers en eigenaren van een eenmanszaak die vóór 2023 al jaren spaarden, verandert er op dit moment dus niets aan hun balans. Wat wél verandert, is dat je niet meer kunt wegkijken: je kunt de afrekening niet voor je uit blijven schuiven door elk jaar iets nieuws toe te voegen. De teller staat vast op het bedrag van ultimo 2022 (of eerder, als je toen al niet meer doteerde), en vanaf hier kan de reserve alleen nog kleiner worden - nooit groter.

Wanneer je verplicht wordt de reserve af te boeken

De Belastingdienst noemt op de pagina over de oudedagsreserve een vaste set situaties waarin je de FOR geheel of deels moet laten afnemen. Dat gebeurt zodra je oudedagsreserve hoger is dan het eigen vermogen van je onderneming, in combinatie met één van deze gevallen:

  • Je staakt je onderneming, geheel of deels.
  • Je bereikt op 1 januari van het kalenderjaar de AOW-leeftijd.
  • Je voldoet niet aan het urencriterium, in zowel het huidige als het voorgaande kalenderjaar.

Met andere woorden: zodra je minder gaat werken, met pensioen gaat of je bedrijf (deels) stopt, kan de Belastingdienst niet langer wachten en wordt afrekenen verplicht.

Daarnaast kun je de reserve ook vrijwillig laten afnemen, los van deze verplichte situaties: door een lijfrente te kopen voor een inkomensvoorziening en die afname voor hetzelfde bedrag in je aangifte te verwerken. Dat is de enige route waarmee je zelf, op een moment dat jou past, de FOR geleidelijk kunt afbouwen in plaats van te wachten tot een verplichte aanleiding zich voordoet. Voor ondernemers die weten dat ze over een paar jaar willen stoppen, kan dat prettiger zijn dan alles in één keer te laten vrijvallen in het jaar van staking zelf.

Wat een afname je aan belasting kost

Een afname van de oudedagsreserve is geen administratieve formaliteit: ze telt direct mee als winst. De Belastingdienst zegt het zo:

Een afname of opheffing van uw oudedagsreserve betekent in principe dat uw onderneming een hogere winst heeft.

Over die hogere winst betaal je inkomstenbelasting in box 1, tegen je normale tarief.

Bij een forse reserve die in één keer vrijvalt - bijvoorbeeld omdat je de onderneming staakt - kan dat een flinke belastingklap zijn in het jaar van staking, naast de andere belastingaspecten die bij stoppen horen. Het is dus iets waar je op moet rekenen, niet iets dat je overkomt.

Er is wel een tegenhanger. Koppel je de afname aan het kopen van een lijfrente, dan is de lijfrentepremie die je daarvoor privé betaalt weer aftrekbaar. In de praktijk verschuift de belastingclaim dan van 'belasting over de afname van de FOR' naar 'aftrek van de lijfrentepremie', wat het effect voor een deel kan compenseren. Hoeveel dat precies oplevert, hangt af van je persoonlijke situatie, de hoogte van de premie en de fiscale aftrekruimte die je op dat moment nog hebt. Reken dit daarom door met je boekhouder of belastingadviseur voordat je een lijfrente afsluit, niet achteraf.

Bij overlijden of als je partner de zaak overneemt

Ook overlijden is, fiscaal gezien, een moment waarop de oudedagsreserve wordt afgewikkeld. Volgens de Belastingdienst wordt de reserve bij overlijden opgeheven en toegevoegd aan de belastbare winst. Voor de erfgenamen komt die belastingclaim dus gewoon mee in de laatste aangifte van de overledene.

Er is één uitzondering die van belang is voor ondernemers met een partner die meewerkt of mee-eigenaar is: als de partner de onderneming voortzet en de oudedagsreserve overneemt, hoeft er geen afrekening plaats te vinden. De voorwaarde is wel dat de partner daar zelf een verzoek voor moet indienen, samen met de aangifte inkomstenbelasting. Zonder dat verzoek geldt de standaardregel en wordt er afgerekend.

Voor bedrijven die draaien als samenwerking tussen partners - denk aan een man-vrouwfirma, of een eenmanszaak waarin de partner feitelijk meedraait - is dit een detail dat niet vanzelf gaat. Het verzoek moet apart gebeuren; het gaat niet automatisch mee met de overname van de onderneming zelf. Wie dit vergeet, loopt het risico dat de volledige reserve alsnog in één keer belast wordt, op een moment dat er door het overlijden al genoeg te regelen is. Leg dit daarom vooraf vast in het testament of in afspraken met de notaris en de boekhouder, niet pas na het overlijden.

Wat je nu concreet kunt doen

Heb je een oudedagsreserve op je balans staan, dan is er op dit moment geen haast - maar wel iets om voor te plannen. Drie dingen die de moeite waard zijn om nu al te regelen, in plaats van pas op het moment dat de Belastingdienst de keuze voor je maakt:

  • Stel de hoogte van je reserve vast. Je boekhouder houdt dit bedrag meestal al bij op de balans, maar check of het cijfer nog klopt met de laatste aangifte waarin je nog mocht doteren (ultimo 2022, of eerder bij een gebroken boekjaar).
  • Reken het belastingeffect door vóórdat een verplichte situatie zich voordoet. Ga je richting de AOW-leeftijd, overweeg je minder te gaan werken onder het urencriterium, of denk je aan (deels) stoppen? Laat dan nu al uitrekenen wat de afname je kost, in plaats van er pas bij staking achter te komen.
  • Bekijk op tijd of een lijfrente iets voor je is. Omdat de lijfrentepremie de belastingclaim deels compenseert, is dit vaak gunstiger als je het ruim vóór een verplicht afrekenmoment regelt, en niet in het jaar zelf waarin je al met andere staking- of overdrachtszaken bezig bent.

De reserve zelf verandert niet door af te wachten. Wat wel verandert, is hoeveel ruimte je hebt om de belastingklap te plannen in plaats van hem te laten gebeuren.