Besteed je een deel van een opdracht uit aan een onderaannemer, dan loop je een risico dat weinig ondernemers vooraf kennen. Betaalt die onderaannemer de loonheffingen over zijn personeel niet aan de Belastingdienst, dan kan de Belastingdienst jou als opdrachtgever daarvoor aansprakelijk stellen. Dat heet ketenaansprakelijkheid.
De regeling is bedoeld om misbruik te voorkomen: zonder deze wet zou een aannemer eenvoudig werk kunnen uitbesteden aan een onderaannemer die geen loonheffing afdraagt, waarna de Belastingdienst met lege handen staat. Door elke schakel in de keten aansprakelijk te maken voor de schakels erna, wordt het risico bij de hele keten neergelegd — niet alleen bij de onderaannemer die in gebreke blijft.
Volgens de Belastingdienst geldt dit vooral in sectoren waar fysiek werk wordt uitbesteed: de bouw, de agrarische sector en de confectie-industrie zijn de bekendste voorbeelden. Puur adviserend werk — een ingehuurde boekhouder of jurist bijvoorbeeld — valt hier niet onder.
Werk je met onderaannemers die op hun beurt weer onderaannemers inschakelen, dan strekt de aansprakelijkheid zich uit over de hele keten daaronder. Hoe langer de keten, hoe lastiger het wordt om te overzien wie waarvoor verantwoordelijk is — en hoe groter het belang om dit per opdracht vast te leggen in plaats van erop te vertrouwen dat het wel goed zit.
