← Alle artikelen

Herinvesteringsreserve: zo stel je belasting over boekwinst uit

Oarized · 25 oktober 2026

Wat de herinvesteringsreserve precies doet

Verkoop je een bedrijfsmiddel — een bestelbus, een machine, een bedrijfspand — voor meer dan de boekwaarde, dan maak je boekwinst. Normaal gesproken is die winst direct belast, in het jaar dat je verkoopt.

De herinvesteringsreserve (HIR) stelt die belasting uit, niet af. Je zet de boekwinst apart in een reserve op de balans. Zolang je de bedoeling hebt om te herinvesteren in een nieuw bedrijfsmiddel, hoef je over die boekwinst geen belasting te betalen. Koop je het nieuwe bedrijfsmiddel, dan trek je de reserve af van de aanschafprijs. De fiscale boekwaarde van het nieuwe middel wordt daardoor lager. Je betaalt de belasting dus niet in één keer, maar via lagere afschrijving, uitgesmeerd over de jaren dat je het nieuwe middel gebruikt.

Dit geldt niet alleen bij verkoop. Ga je een bedrijfsmiddel kwijt door verlies of schade, dan telt de ontvangen vergoeding — bijvoorbeeld van de verzekering — ook mee als vervreemding. Het verschil met de boekwaarde kan dan eveneens in de HIR.

De regeling staat in artikel 3.54 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en is in eerste instantie gemaakt voor ondernemers die inkomstenbelasting betalen. Maar de Rijksoverheid bevestigt op Ondernemersplein dat de HIR ook voor de vennootschapsbelasting geldt. Heb je een bv, dan kun je de reserve dus net zo goed gebruiken.

De drie voorwaarden die de Belastingdienst stelt

De HIR is geen automatisme. De Belastingdienst stelt drie voorwaarden.

Je moet een herinvesteringsvoornemen hebben. Op de balansdatum moet je aantoonbaar van plan zijn om te herinvesteren in een bedrijfsmiddel. Dat voornemen moet blijven bestaan. Keer je de boekwinst bijvoorbeeld uit als dividend, dan is dat voornemen er niet meer en moet de reserve alsnog in de winst vallen.

De boekwaarde-eis. Boek je de reserve af op het nieuwe bedrijfsmiddel, dan mag de boekwaarde van dat nieuwe middel daarna niet lager worden dan de boekwaarde van het oude middel op het moment dat je het verkocht. Koop je iets goedkopers terug dan je had, dan kun je dus niet de volledige reserve wegboeken. Het restant blijft staan voor een latere investering, binnen de termijn.

De eis van dezelfde economische functie. Deze geldt alleen voor bedrijfsmiddelen waarop je niet afschrijft (zoals grond) of waarop je langer dan 10 jaar afschrijft (zoals een bedrijfspand). Verkoop je zo'n middel, dan moet het nieuwe middel waarop je de reserve afboekt een vergelijkbare functie in je onderneming hebben.

Voor gewone bedrijfsmiddelen met een kortere afschrijvingstermijn, zoals een bestelbus of machine, geldt deze laatste eis niet. Daar is elk nieuw bedrijfsmiddel goed, zolang je maar binnen de termijn herinvesteert.

De termijn: drie jaar, met uitzonderingen

De reserve mag niet eindeloos op de balans blijven staan. Volgens de Belastingdienst valt de HIR vrij drie jaar na het boekjaar waarin je de reserve hebt gevormd, als je dan nog niet hebt geherinvesteerd.

Die termijn kan langer worden, maar alleen in twee gevallen: als de aard van het bedrijfsmiddel een langere aanschaf- of bouwtijd vereist, of als de herinvestering door bijzondere omstandigheden is vertraagd. In beide gevallen moet de aanschaf of bouw al wel zijn begonnen — een vaag plan is niet genoeg.

Na het verstrijken van de termijn zonder herinvestering, of zodra je het voornemen om te herinvesteren loslaat, valt de reserve — of wat er nog van over is — in één keer in de winst. Je betaalt dan alsnog belasting over de volledige boekwinst, in het jaar dat de reserve vrijvalt.

Sinds 2024 is er een uitzondering voor ondernemers die door overheidsingrijpen, bijvoorbeeld een beëindigingsregeling, hun bedrijf deels moeten stoppen. Zij mogen de HIR dan ook gebruiken voor een investering in een andere onderneming die ze hebben, in plaats van in dezelfde onderneming.

"U moet de herinvesteringsreserve, of wat daarvan is overgebleven, bij de winst optellen als u niet meer van plan bent om te herinvesteren, en uiterlijk 3 jaar na het jaar waarin u de reserve heeft gevormd." — zo vat de Belastingdienst de termijn samen op de officiële pagina over de herinvesteringsreserve.

Een rekenvoorbeeld met een bedrijfsbus

Een voorbeeld maakt het concreet.

Een installatiebedrijf verkoopt een bedrijfsbus die op de balans nog voor €10.000 boekwaarde staat. De bus wordt verkocht voor €25.000. De boekwinst is dan €15.000.

Zonder HIR is die €15.000 in het verkoopjaar belast. Met HIR zet het bedrijf de €15.000 in de reserve, omdat het van plan is een nieuwe bus te kopen.

Een jaar later koopt het bedrijf een nieuwe bus van €40.000. De reserve van €15.000 wordt afgeboekt op de aanschafprijs. De fiscale boekwaarde van de nieuwe bus komt daardoor op €25.000 (€40.000 min €15.000).

  • Boekwaarde-eis check: de boekwaarde van de nieuwe bus (€25.000) mag niet lager zijn dan de boekwaarde van de oude bus op het moment van verkoop (€10.000).
  • Dat is hier het geval, dus de volledige reserve mag worden afgeboekt.

Het bedrijf betaalt nu geen belasting over de €15.000 boekwinst in het jaar van verkoop. In plaats daarvan schrijft het de komende jaren in totaal €15.000 minder af op de nieuwe bus dan wanneer er geen HIR was toegepast. Die lagere afschrijving betekent een hogere winst in die jaren — en dus alsnog belasting, maar dan uitgesmeerd over de gebruiksduur van de nieuwe bus in plaats van in één keer in het verkoopjaar.

Wanneer de HIR niet handig is

De HIR is geen gratis geld. Het is uitstel, geen afstel. Er zijn situaties waarin de reserve weinig oplevert of zelfs averechts werkt.

Je bent toch niet van plan te herinvesteren. Vorm je de reserve puur om de belasting dit jaar lager te laten uitvallen, zonder concreet plan, dan loop je het risico dat de Belastingdienst het voornemen betwist. Zonder aantoonbaar voornemen mag de reserve niet gevormd worden. Bij een controle moet je dat voornemen kunnen onderbouwen, bijvoorbeeld met offertes of correspondentie over een vervangende aankoop.

Je koopt iets veel goedkopers terug. Door de boekwaarde-eis kun je de reserve niet volledig wegboeken als het nieuwe bedrijfsmiddel een lagere boekwaarde zou krijgen dan het oude middel had. Het restant blijft dan op de balans staan, met het risico dat het na drie jaar alsnog in de winst valt.

Je stopt (deels) met de onderneming. Verkoop je je laatste bedrijfsmiddelen omdat je afbouwt richting stoppen, dan is er meestal geen herinvesteringsvoornemen meer. De HIR is dan niet aan de orde, en de boekwinst is gewoon belast.

De administratieve last weegt niet op tegen het voordeel. Bij een kleine boekwinst — een paar duizend euro — kost het bijhouden van de reserve, het onderbouwen van het voornemen en het later afboeken vaak meer tijd dan het oplevert aan uitgestelde belasting. Overleg in dat geval met je boekhouder of accountant of het de moeite waard is.