Verkoop je een bedrijfsmiddel — een bestelbus, een machine, een bedrijfspand — voor meer dan de boekwaarde, dan maak je boekwinst. Normaal gesproken is die winst direct belast, in het jaar dat je verkoopt.
De herinvesteringsreserve (HIR) stelt die belasting uit, niet af. Je zet de boekwinst apart in een reserve op de balans. Zolang je de bedoeling hebt om te herinvesteren in een nieuw bedrijfsmiddel, hoef je over die boekwinst geen belasting te betalen. Koop je het nieuwe bedrijfsmiddel, dan trek je de reserve af van de aanschafprijs. De fiscale boekwaarde van het nieuwe middel wordt daardoor lager. Je betaalt de belasting dus niet in één keer, maar via lagere afschrijving, uitgesmeerd over de jaren dat je het nieuwe middel gebruikt.
Dit geldt niet alleen bij verkoop. Ga je een bedrijfsmiddel kwijt door verlies of schade, dan telt de ontvangen vergoeding — bijvoorbeeld van de verzekering — ook mee als vervreemding. Het verschil met de boekwaarde kan dan eveneens in de HIR.
De regeling staat in artikel 3.54 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en is in eerste instantie gemaakt voor ondernemers die inkomstenbelasting betalen. Maar de Rijksoverheid bevestigt op Ondernemersplein dat de HIR ook voor de vennootschapsbelasting geldt. Heb je een bv, dan kun je de reserve dus net zo goed gebruiken.
