Voer je goederen in van buiten de EU, dan moet je daarvan aangifte doen bij de douane en btw betalen op het moment dat de goederen de grens passeren. Die btw wordt berekend over de douanewaarde: de transactiewaarde plus invoerrechten, transport-, verzekerings- en verpakkingskosten tot aan de EU-grens, meestal belast tegen het reguliere tarief van 21%. Dat geld moet er liggen voordat de goederen worden vrijgegeven, ook als je het later volledig terugkrijgt.
Met een vergunning artikel 23 hoef je die btw niet bij elke zending apart aan de douane te betalen. In plaats daarvan geef je de btw aan in je eerstvolgende btw-aangifte, samen met de rest van je omzetbelasting. Heb je recht op aftrek, dan verwerk je dezelfde btw in diezelfde aangifte als voorbelasting. Voor veel bedrijven is het resultaat dat de verschuldigde en de aftrekbare btw tegen elkaar wegvallen, zonder dat er geld de deur uit moet.
Het financiële voordeel zit dus niet in minder btw betalen — dat blijft hetzelfde — maar in de timing. Je voorfinanciert de btw niet meer tussen het moment van invoer en het moment van aangifte. Bij grote of frequente zendingen loopt dat bedrag op, en kan het weken tot maanden duren voordat je het via de normale weg had terugontvangen.
MKB Servicedesk bevestigt dat de btw bij invoer zonder deze vergunning in de regel direct wordt geheven, vaak samen met de douanerechten, en dat terugvragen via de eigen aangifte pas daarna loopt. Het verschil tussen "direct betalen en later terugkrijgen" en "meteen verrekenen" is precies waar deze vergunning iets aan doet.
