← Alle artikelen

0% btw bij export buiten de EU: welke bewijsstukken je moet bijhouden

Oarized · 1 oktober 2026

Wanneer geldt het nultarief bij export buiten de EU

Verkoop je goederen aan een klant buiten de EU, dan reken je in de meeste gevallen geen btw. Dat heet het nultarief: je factureert met 0% btw, in plaats van de gebruikelijke 21% of 9%. Dat geldt voor leveringen aan bedrijven en aan particulieren buiten de EU. Ondernemersplein is daar helder over: "Voor goederen die u exporteert naar een land buiten de EU geldt het 0% btw-tarief."

Het 0%-tarief is geen vrijstelling. Je blijft de btw over je eigen inkopen en kosten gewoon terugvragen, alleen reken je aan je klant niets. Daarom wordt het ook wel een technisch tarief genoemd: er wordt geen belasting geheven, maar het recht op aftrek van voorbelasting blijft bestaan.

Waar het vaak misgaat, is de aanname dat het nultarief automatisch geldt zodra de bestemming buiten de EU ligt. Dat is niet zo. De Belastingdienst is daar duidelijk over: "U moet met uw administratie kunnen aantonen dat u terecht het 0%-tarief hebt toegepast." Het tarief hangt dus niet af van waar de klant zit, maar van wat je kunt bewijzen. Zonder bewijs ben je formeel de 21% of 9% btw verschuldigd, ook als de goederen wel degelijk zijn uitgevoerd.

Welke bewijsstukken je moet bijhouden

De bewijslast ligt bij jou als verkoper, niet bij de vervoerder of de klant. KVK noemt concreet welke documenten je nodig hebt om aan te tonen dat goederen de EU daadwerkelijk hebben verlaten:

  • Douanedocumenten die je van de douane of je douane-expediteur krijgt, zoals de Confirmation of Exit (CoE)
  • Facturen van je douane-expediteur
  • Kopieën van getekende vervoersdocumenten, zoals een vrachtbrief of Bill of Lading
  • Correspondentie met je buitenlandse klant, zoals offertes en e-mails

Ondernemersplein voegt daar nog de uitvoeraangifte, de factuur van de vervoerder en het invoerbewijs van het land van bestemming aan toe. Je hoeft niet elk document uit dit rijtje te hebben; de Belastingdienst vraagt een aannemelijk en samenhangend geheel, geen volledige verzameling van elk mogelijk papiertje.

Je moet je administratie zo inrichten dat je kunt aantonen dat de goederen daadwerkelijk zijn uitgevoerd, niet alleen dat je dat van plan was.

Belangrijk is dat de documenten onderling kloppen. Een factuur met een afleveradres in Zwitserland, een vrachtbrief die naar Duitsland verwijst en een douaneaangifte die nergens in je administratie terug te vinden is, leveren samen geen overtuigend bewijs op. De stukken moeten hetzelfde verhaal vertellen: deze goederen, naar deze klant, op deze datum, de EU uit.

Waar het in de praktijk misgaat

Het probleem is zelden dat ondernemers niet weten dat er bewijs nodig is. Het probleem is dat het bewijs van meerdere partijen komt, op meerdere momenten: de expediteur stuurt de uitvoeraangifte, de vervoerder stuurt zijn factuur pas na levering, de douane stuurt de Confirmation of Exit soms weken later, en de ondertekende vrachtbrief ligt in het postvak van iemand anders.

Tegen de tijd dat de btw-aangifte wordt ingediend, is een deel van die documenten nog niet binnen. Ze komen later, verspreid over e-mail, een map bij de boekhouder en een portaal van de expediteur. Niemand houdt bij welk bewijsstuk bij welke factuur hoort, tot er een controle komt en iemand alles met terugwerkende kracht moet verzamelen.

Dat is het moment waarop het misgaat: niet omdat het bewijs niet bestond, maar omdat niemand het op het moment van leveren aan de juiste factuur heeft gekoppeld. Voor een enkele export is dat een kwestie van een map bijhouden. Bij tientallen exportzendingen per maand, verspreid over meerdere expediteurs en vervoerders, is dat handmatig geen vol te houden ritme meer. Dan wordt het verzamelen van bewijs een losse, terugkerende klus achteraf, in plaats van iets dat per zending meteen vastligt.

Bewaartermijn en wat als de Belastingdienst om bewijs vraagt

Voor de btw moet je je administratie zeven jaar bewaren. KVK is daar expliciet over: "Je moet je administratie voor de btw zeven jaar bewaren." Dat geldt niet alleen voor de facturen die je verstuurt, maar ook voor de onderliggende bewijsstukken van elke export waarbij je het nultarief hebt toegepast.

In de praktijk betekent dat: vraagt een controleur naar een zending van drie jaar geleden, dan moet je niet alleen de factuur kunnen laten zien, maar ook de vrachtbrief, de uitvoeraangifte of de Confirmation of Exit die daarbij horen. Bewaar je deze documenten los van elkaar, in verschillende systemen of mappen, dan ben je bij een controle afhankelijk van wie er op dat moment nog bij de oude e-mail kan en wie nog weet waar de map van die expediteur staat.

Praktisch werkt het beter om bewijsstukken direct te koppelen aan de factuur waarop ze betrekking hebben, op het moment dat ze binnenkomen, in plaats van ze pas te verzamelen zodra de Belastingdienst erom vraagt. Wie dat per zending doet, heeft bij een controle een dossier klaarliggen in plaats van een zoekactie door jaren aan e-mail en mappen van verschillende expediteurs.