Alle artikelen

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) bijhouden: bedragen en valkuilen

Oarized · 20 september 2026

Wat de KIA is en voor wie dit relevant is

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is een aftrekpost die bovenop je gewone afschrijving komt. Investeer je in bedrijfsmiddelen — machines, gereedschap, computers, een bestelbus, inventaris — dan schrijf je dat sowieso al jaarlijks af. De KIA geeft je daarnaast eenmalig een extra aftrek in het jaar van investeren, wat direct je fiscale winst verlaagt.

De regeling geldt voor ondernemers die aangifte inkomstenbelasting doen (eenmanszaak, vof, maatschap) én voor bv's die vennootschapsbelasting betalen. Er is geen minimum aantal medewerkers of omzet vereist; de enige voorwaarde gaat over het bedrag dat je in een kalenderjaar investeert.

Voor bedrijven die regelmatig investeren — een aannemer die elk jaar wat gereedschap of een bedrijfswagen aanschaft, een dienstverlener die de computers vervangt — is dit een van die regelingen die makkelijk blijft liggen omdat er geen brief of herinnering voor komt. Je moet het zelf herkennen, vastleggen en meenemen in de aangifte. Anders dan bij bijvoorbeeld loonkostenvoordeel loopt hier geen aanvraagtermijn, maar het voordeel is wel aan het belastingjaar gebonden: mis je het jaar, dan claim je het niet met terugwerkende kracht.

De bedragen en percentages voor 2026

De Belastingdienst werkt met een staffel: hoe meer je investeert, hoe lager het percentage aftrek, tot het bij een hoog investeringsbedrag weer naar nul zakt. Voor 2026 gelden deze schijven:

  • Tot €2.900 investering: geen KIA.
  • €2.901 tot en met €71.683: 28% van het investeringsbedrag.
  • €71.684 tot en met €132.746: een vast bedrag van €20.072.
  • €132.747 tot en met €398.236: €20.072, verminderd met 7,56% van het deel boven €132.746.
  • Boven €398.236: geen KIA meer.

Het gaat om het totaal van al je investeringen in bedrijfsmiddelen binnen één kalenderjaar, niet per aankoop apart. Koop je in januari een bestelbus van €25.000 en in oktober gereedschap voor €4.000, dan tel je die op tot €29.000 en bereken je de aftrek over dat totaal. Bij een investering van €29.000 kom je dus op 28% van €29.000, oftewel €8.120 extra aftrek — bovenop de reguliere afschrijving over diezelfde investeringen.

Het maximale voordeel van €20.072 haal je dus niet door zo veel mogelijk te investeren: boven €71.683 daalt het bedrag juist weer, tot het bij €398.236 helemaal op nul uitkomt. Voor de meeste kleinere bedrijven, met investeringen ergens tussen een paar duizend en een paar ton per jaar, is dat plafond in de praktijk geen probleem — de staffel raakt vooral bedrijven die in één jaar fors investeren.

Wat wel en niet meetelt

Niet elk bedrijfsmiddel telt mee, en niet elk bedrag telt mee. Twee regels zijn hier belangrijk om vast te leggen.

Ten eerste een ondergrens per aankoop: volgens de Belastingdienst krijg je geen KIA over bedrijfsmiddelen met een aanschafprijs van minder dan €450. Een los stuk gereedschap van €200 telt dus niet mee in het totaal, ook al boek je het gewoon als bedrijfskosten.

Ten tweede zijn hele categorieën uitgesloten, ongeacht het bedrag. De Belastingdienst noemt onder meer woonhuizen, grond, dieren, vaartuigen voor representatieve doeleinden, effecten, vorderingen en goodwill, en personenauto's die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer — een gewone leaseauto of bedrijfsauto voor woon-werkverkeer telt dus meestal niet mee, een bestelbus of een auto die specifiek is ingericht voor beroepsvervoer (zoals een taxi) wel. Ook bedrijfsmiddelen die je voor 70% of meer verhuurt, of die je koopt van een familielid of huisgenoot, vallen buiten de regeling.

Voor de administratie betekent dit dat je per investering apart moet noteren wat het is, niet alleen het totaalbedrag — anders ontdek je pas bij de aangifte dat een deel niet meetelt.

Wanneer telt een investering mee: verplichting, niet betaling

Dit is het punt waar de meeste administraties op vastlopen: het jaar waarin een investering meetelt, is niet het jaar waarin je de factuur betaalt of het bedrijfsmiddel levert. Volgens de Belastingdienst is investeren het moment waarop je de verplichting aangaat — bijvoorbeeld door schriftelijke acceptatie van een offerte, of het tekenen van een koopovereenkomst.

Bestel je in december 2026 een machine die pas in februari 2027 wordt geleverd en gefactureerd, dan telt die investering voor de KIA toch mee in 2026, omdat je toen de verplichting aanging. Andersom werkt het ook: een machine die je al in 2025 hebt besteld maar pas in 2026 ontvangt, telt voor de KIA-drempel van 2025, niet van 2026.

Er zit wel een praktische beperking aan: zolang je het bedrijfsmiddel nog niet in gebruik hebt genomen, kun je de aftrek alleen claimen tot het bedrag dat je in dat jaar daadwerkelijk hebt betaald. De rest schuift door naar het jaar waarin je verder betaalt of het middel in gebruik neemt.

Noteer daarom bij elke investering twee data: de datum van de offerteacceptatie of ondertekening, en de datum van ingebruikname. Beide bepalen in welk jaar en voor welk bedrag de KIA geldt.

Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt

De meeste gemiste of foutieve KIA-claims komen terug op een klein aantal oorzaken.

  • Factuurdatum aangehouden in plaats van verplichtingsdatum. Een boekhoudpakket boekt een investering meestal op factuurdatum. Voor de KIA telt de datum waarop je de koop bent aangegaan, en die twee data lopen bij grotere aankopen vaak maanden uiteen.
  • Investeringen kunstmatig splitsen. Twee bedrijfsmiddelen die met elkaar samenhangen (bijvoorbeeld een machine en de bijbehorende installatie) tellen voor de drempel als één investering, ook als je er twee facturen voor krijgt.
  • Bedrijfsmiddelen onder €450 toch meegeteld. Vooral bij een stapel kleinere aanschaffingen in hetzelfde jaar is dit een terugkerende fout in de eigen administratie.
  • De aftrek simpelweg vergeten. Er is geen aparte aanvraag of formulier; de KIA moet worden meegenomen in de gewone aangifte. Zonder een eigen investeringsoverzicht naast de reguliere boekhouding wordt dit bij de jaarafsluiting over het hoofd gezien.

De kern is steeds hetzelfde: houd investeringen apart bij met datum van verplichting, bedrag en type bedrijfsmiddel, los van de gewone inkoopadministratie. Dat voorkomt dat de KIA pas achteraf — of helemaal niet — wordt geclaimd.