← Alle artikelen

Korting aankondigen in je webshop: wat de wet verplicht

Oarized · 12 oktober 2026

De regel: de laagste prijs van de afgelopen 30 dagen

De regel komt uit het Besluit prijsaanduiding producten (Bpp), artikel 5a. Dat artikel is op 30 november 2022 toegevoegd (Stb. 2022, 485), ter uitvoering van artikel 2 van EU-richtlijn 2019/2161 — de zogeheten Omnibus-richtlijn over consumentenbescherming. Sinds 1 januari 2023 houdt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) hier toezicht op.

De kern van artikel 5a: wie een prijsvermindering aankondigt, moet daarbij de laagste prijs noemen die hij in de 30 dagen voorafgaand aan de korting heeft gerekend. Ondernemersplein, het officiële overheidsloket voor ondernemers, vat het zo samen: je moet de laagste prijs in de afgelopen 30 dagen gebruiken voor je aanbieding.

Dat betekent dat een doorgestreepte 'van'-prijs geen adviesprijs mag zijn die je nooit hebt gerekend, en ook niet de hoogste prijs die het product ooit heeft gehad. Het moet de laagste prijs zijn van de afgelopen maand — ook als die vlak voor de actie nog gold.

Wat opvalt: de regel geldt per product, niet per actie of per webshop als geheel. Verkoop je honderden artikelen en wissel je regelmatig van prijs, dan moet je van elk afzonderlijk artikel kunnen aantonen wat de laagste prijs in de voorafgaande 30 dagen was, op het moment dat je de korting aankondigt.

Hoe dit misgaat: vijf webwinkels als voorbeeld

Hoe concreet dit kan mislopen, liet de ACM zien op 11 juni 2024 (besluitdatum 2 mei 2024), toen ze vijf bekende webwinkels beboette voor nepkortingen, voor een totaal van €621.000:

  • Day Trayders (koopjedeal.nl): €163.000
  • Leen Bakker (leenbakker.nl): €130.000
  • JYSK (jysk.nl): €112.500
  • G-Star (g-star.com): €110.000
  • Tommy Hilfiger (nl.tommy.com): €105.500

De ACM meldt dat deze webwinkels een 'van'-prijs toonden die niet de laagste prijs van de afgelopen 30 dagen was, of dat ze de 'van'-prijs kunstmatig verhoogden vlak voordat een actie begon. Een juridische analyse van de zaken door advocatenkantoor Dirkzwager noemt nog een ander patroon dat bij meerdere boetes speelde: een reeks oplopende kortingen die werd onderbroken door een tussentijdse prijsverhoging, waardoor elke volgende 'korting' weer vanaf een hogere, niet-gerechtvaardigde prijs werd berekend.

"Bij nepkortingen zijn consumenten minder goed in staat om een weloverwogen beslissing te nemen over het al dan niet kopen van een product."

Dat citaat komt uit de boetebesluiten van de ACM, en vat precies samen waarom de toezichthouder hier actief op handhaaft: niet de korting zelf is het probleem, maar het valse referentiepunt waartegen die wordt afgezet.

De drie uitzonderingen op de 30-dagenregel

Artikel 5a kent drie uitzonderingen op de 30-dagenregel, vastgelegd in de leden 2 tot en met 4 van het artikel.

De eerste geldt voor producten die snel bederven of een beperkte houdbaarheid hebben — denk aan vers voedsel. Voor categorieën die bij ministeriële regeling zijn aangewezen, mag je de prijs aanhouden die direct vóór de korting gold, in plaats van de laagste prijs van de afgelopen 30 dagen.

De tweede uitzondering geldt bij oplopende kortingen (bijvoorbeeld eerst 10%, dan 20%, dan 30% op hetzelfde product). Bij elke volgende verhoging van de korting mag je de prijs aanhouden die gold vóór de eerste prijsvermindering in die reeks — zolang de reeks niet wordt onderbroken door een tussentijdse prijsverhoging. Volgens de analyse van Dirkzwager mag dit tot drie maanden na de start van de eerste korting.

De derde uitzondering geldt voor producten die nog geen 30 dagen op de markt zijn. Is een product net gelanceerd, dan kun je nog geen prijshistorie van 30 dagen laten zien, en vervalt de eis voor die periode.

Let op: deze uitzonderingen zijn smal. Een 'adviesprijs' die je nooit hebt gerekend, telt niet als geldige basis voor een 'van'-prijs, en een actie buiten deze drie categorieën moet gewoon aan de hoofdregel voldoen — ook als je zelf niet de bedoeling had om te misleiden.

Prijsgeschiedenis bijhouden: waarom dit vaak misgaat

De wet vraagt in feite om iets simpels: weten wat een product de afgelopen 30 dagen heeft gekost, per artikel, op elk moment dat je een korting aankondigt. In de praktijk is dat lastiger dan het klinkt zodra je meer dan een handvol producten verkoopt of regelmatig van prijs wisselt.

Bij een webshop met honderden artikelen en meerdere acties per jaar — Black Friday, seizoensuitverkoop, losse weekaanbiedingen — moet je van elk artikel apart kunnen aantonen wat de laagste prijs in de voorafgaande maand was. Doe je dat in een spreadsheet die je handmatig bijhoudt, dan is de kans groot dat een prijswijziging ergens niet wordt genoteerd, of dat iemand per ongeluk de verkeerde 'van'-prijs invult bij het klaarzetten van een actie.

Veel voorraad- en webshopsystemen loggen prijswijzigingen al automatisch, met datum en bedrag, zonder dat je daar iets voor hoeft in te stellen. Daarmee kun je op elk moment teruglezen wat de laagste prijs in de afgelopen 30 dagen was, zonder dat iemand dat apart moet bijhouden in een los document. Dat is geen juridisch vereiste — de wet schrijft geen systeem voor — maar het voorkomt wel dat een korting achteraf niet te verantwoorden is, bijvoorbeeld als de ACM naar aanleiding van een klacht om een onderbouwing vraagt.

Het gaat hier niet om een ingewikkeld systeem, maar om een vastlegging die bij elke prijswijziging automatisch meeloopt. Veel kassa- en voorraadbeheerpakketten kunnen dit al, ook als je ze nu nog niet daarvoor gebruikt.

Wanneer het risico voor jou klein is

Niet elke webshop heeft hier evenveel aan. De boetes die de ACM tot nu toe heeft gepubliceerd, troffen steeds bekende, grote verkopers met veel klanten en veel producten — van Leen Bakker tot G-Star. Dat zegt niets over de wet zelf, die voor iedere verkoper geldt, maar wel iets over waar de aandacht van de toezichthouder tot dusver lag: bedrijven met schaal, en gevallen waarbij consumenten in aantal klaagden.

Verkoop je een beperkt aantal producten, voer je maar één of twee acties per jaar, en ken je de prijshistorie van je eigen assortiment nog uit je hoofd? Dan is een apart systeem voor prijsregistratie waarschijnlijk niet de moeite waard. Een simpele notitie per product — laatste prijswijziging, met datum en bedrag — volstaat dan, en kost een paar minuten per actie.

De afweging kantelt zodra je honderden producten voert, prijzen vaak wisselt, of meerdere mensen tegelijk prijzen aanpassen. Dan wordt het onwaarschijnlijk dat iemand nog foutloos kan navertellen wat drie weken geleden de prijs van een specifiek artikel was, en neemt het risico op een onbedoelde nepkorting toe — niet omdat je iets stiekem doet, maar omdat niemand het geheel meer compleet bijhoudt. In dat geval is het wijzigingenlogboek dat je webshopsysteem waarschijnlijk al bijhoudt, voldoende basis om een korting achteraf te kunnen onderbouwen.