Wie investeert in een bedrijfsmiddel dat beter is voor het milieu dan gebruikelijk, kan in aanmerking komen voor twee regelingen tegelijk: de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). Beide staan los van de energie-investeringsaftrek (EIA) en de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) — je kunt MIA soms zelfs combineren met KIA op dezelfde investering.
De MIA werkt als een extra aftrekpost op je winst. Volgens RVO kun je met de MIA "tot 45% van de investeringskosten aftrekken van uw winst", bovenop de gewone afschrijving die je toch al mag toepassen. Dat is geen subsidie die wordt uitgekeerd, maar een lagere fiscale winst — en dus minder belasting.
De Vamil doet iets anders: die regelt niet hóéveel je mag aftrekken, maar wannéér. Met de Vamil mag je "tot 75% van uw investering" afschrijven op een moment dat jij kiest, in plaats van volgens het gebruikelijke afschrijvingsschema. Dat is vooral handig in een jaar waarin je toevallig veel winst maakt: je schuift de aftrek naar voren en verlaagt de belastbare winst precies wanneer het uitkomt.
Beide regelingen gelden alleen voor bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst staan, een lijst die het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat volgens RVO "ieder jaar aanpast". Een investering die dit jaar kwalificeert, hoeft dat volgend jaar niet meer te doen — en andersom.
