Het wettelijk minimumloon staat niet een jaar lang vast. De overheid past het twee keer per jaar aan: op 1 januari en op 1 juli. De hoogte volgt de gemiddelde ontwikkeling van cao-lonen, zodat het minimumloon meebeweegt met de rest van de arbeidsmarkt.
Per 1 januari 2026 was het minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder €14,71. Per 1 juli 2026 is dat gestegen naar €14,99 per uur, een verhoging van 1,90%. Dat staat op de officiële pagina met de bedragen minimumloon 2026 van de Rijksoverheid.
Voor een bedrijf met vijf medewerkers op of rond het minimumloon betekent zo'n stap van €14,71 naar €14,99 al snel enkele honderden euro's extra loonkosten per maand, nog voor vakantiegeld en werkgeverslasten. Wie de aanpassing een paar weken later doorvoert dan de wet voorschrijft, betaalt met terugwerkende kracht bij en loopt het risico dat een controle dat eerder ontdekt dan de eigen administratie.
Het probleem is niet de rekensom zelf. Het probleem is dat 1 januari en 1 juli in de praktijk makkelijk ondersneeuwen tussen jaarafsluiting, vakantieplanning en alle andere dingen die op dat moment om aandacht vragen.
