Een monteur van een installatiebedrijf rijdt 's ochtends naar een klus, schrijft op een papieren werkbon hoe laat hij begon, welk materiaal hij gebruikte en hoe laat hij klaar was. Die bon gaat aan het eind van de dag in een bakje op kantoor, of wordt gefotografeerd en per app doorgestuurd. Daar begint het eigenlijke werk pas: iemand op kantoor typt diezelfde uren over in de loonadministratie, en typt ze een tweede keer over om de regie-uren op de factuur te zetten.
Dat dubbele werk is waar het misgaat. Handschrift is soms niet te lezen, een bon raakt kwijt onder de stapel, of de uren van vrijdagmiddag komen pas de maandag daarna binnen. Bij bedrijven met vijf monteurs die per week samen dertig tot veertig bonnen inleveren, is dat een terugkerende klus van een paar uur per week — niet voor het uitvoeren van het werk, maar voor het overtypen ervan.
Het patroon is hetzelfde in de bouw, bij hoveniers, bij installatiebedrijven en bij schoonmaakbedrijven die op regiebasis werken: op de klus zelf wordt goed geregistreerd, en pas op kantoor gaat er tijd verloren. Hoe langer de vertraging tussen het uitvoeren van het werk en het versturen van de factuur, hoe later het geld ook binnenkomt.
