← Alle artikelen

Zelfstandigenaftrek 2026: het bedrag, de 50%-regel en de 9-jaarstermijn

Oarized · 26 oktober 2026

Hoeveel de zelfstandigenaftrek in 2026 is

De zelfstandigenaftrek is een aftrekpost in de inkomstenbelasting voor ondernemers die aan het urencriterium voldoen: minimaal 1.225 uur per kalenderjaar aan je onderneming besteden. Voldoe je daaraan, dan mag je een vast bedrag van je winst aftrekken voordat je belasting betaalt.

Voor 2026 is dat bedrag €1.200, voor wie bij het begin van het kalenderjaar de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt. Dat staat letterlijk in de wet:

"Indien de ondernemer bij het begin van het kalenderjaar de pensioengerechtigde leeftijd [...] nog niet heeft bereikt, bedraagt de zelfstandigenaftrek €1.200." — artikel 3.76, tweede lid, Wet inkomstenbelasting 2001

Dat is aanzienlijk minder dan een paar jaar geleden. Volgens Ondernemersplein daalt het bedrag in 2027 verder naar €900. De aftrek wordt al sinds een aantal jaren stap voor stap afgebouwd, en dat proces is nog niet klaar.

Belangrijk detail: de aftrek is nooit hoger dan je winst. Maak je dit jaar weinig of geen winst, dan kun je het bedrag niet volledig gebruiken — waarover later meer in dit artikel.

Waarom het bedrag elk jaar lager wordt

De verlaging van de zelfstandigenaftrek is geen incident. Het bedrag gaat al een aantal jaren achter elkaar omlaag, telkens via het jaarlijkse Belastingplan. Voor 2026 ligt het bedrag op €1.200, en voor 2027 staat een verdere daling naar €900 al vast, meldt Ondernemersplein.

Voor jou als ondernemer betekent dit vooral dat je niet moet rekenen op een vast voordeel dat elk jaar even groot blijft. Wat je dit jaar aftrekt, is volgend jaar waarschijnlijk minder — zelfs als je winst en je aantal gewerkte uren precies gelijk blijven.

Dat heeft gevolgen voor hoe je je jaarresultaat inschat. Een ondernemer die in een berekening voor volgend jaar nog uitgaat van het aftrekbedrag van dit jaar, rekent zich rijker dan de wet toestaat. Houd bij een meerjarenbegroting dus rekening met een jaarlijks kleiner wordende aftrek, in plaats van met een vast bedrag dat je gewoon doortrekt naar de jaren erna.

Dit raakt vooral ondernemers die hun netto-inkomen voor privébestedingen baseren op een vaste aftrekpost. Zet je elk jaar hetzelfde bedrag aan belastingvoordeel in je eigen begroting, dan loop je op een gegeven moment achter de feiten aan. Neem de daling daarom gewoon mee als vast gegeven, net zoals je met een stijgende huur of premie rekening houdt.

De 50%-regel als je de pensioengerechtigde leeftijd al hebt bereikt

Heb je bij het begin van het kalenderjaar al de pensioengerechtigde leeftijd bereikt — de leeftijd uit de Algemene Ouderdomswet — dan geldt een ander bedrag. De wet regelt dat exact:

"Indien de ondernemer bij het begin van het kalenderjaar de pensioengerechtigde leeftijd [...] heeft bereikt, bedraagt de zelfstandigenaftrek 50% van het bedrag van de zelfstandigenaftrek volgens het tweede en derde lid." — artikel 3.76, vierde lid

In de praktijk betekent dit: ben je op 1 januari van het belastingjaar al AOW-gerechtigd, dan krijg je de helft van het bedrag dat een jongere ondernemer krijgt. Voor 2026 is dat dus €600 in plaats van €1.200.

Dit geldt onafhankelijk van hoeveel uur je nog in je onderneming steekt. Blijf je na je pensioengerechtigde leeftijd actief ondernemen en voldoe je nog aan het urencriterium, dan heb je nog recht op de aftrek — alleen op de helft ervan, niet op het volledige bedrag dat een jongere collega-ondernemer krijgt.

Startersaftrek: wanneer je er extra op krijgt

Ben je pas kort ondernemer, dan kom je mogelijk in aanmerking voor een extra bedrag boven op de gewone zelfstandigenaftrek: de startersaftrek. De wet formuleert de voorwaarde zo:

"Indien de ondernemer in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was en bij hem in die periode niet meer dan tweemaal zelfstandigenaftrek is toegepast, wordt de zelfstandigenaftrek verhoogd met €2.123." — artikel 3.76, derde lid

Twee voorwaarden dus: je was in minstens één van de afgelopen vijf jaar geen ondernemer, én je hebt in die vijf jaar nog niet meer dan twee keer zelfstandigenaftrek toegepast. Dat laatste begrenst de regeling automatisch: zodra je de startersaftrek drie keer hebt gebruikt, vervalt hij, ook al blijf je binnen de vijfjaarsperiode.

Voor 2026 komt de gewone aftrek van €1.200 plus de startersverhoging van €2.123 dus uit op €3.323 voor een startende ondernemer die aan beide voorwaarden voldoet. Check bij twijfel hoe vaak je de aftrek al hebt toegepast in de voorgaande jaren — dat aantal, niet je eigen inschatting van 'starter zijn', bepaalt of je nog recht hebt op de verhoging.

Winst te laag? Hoe de 'niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek' werkt

Is je winst in een jaar lager dan het bedrag van de zelfstandigenaftrek, dan kun je de aftrek niet volledig gebruiken: hij mag namelijk nooit hoger zijn dan je winst. Dat stuk dat je niet kunt aftrekken, raak je echter niet kwijt. De wet noemt dit de niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek.

"Indien toepassing van de eerste volzin tot een verlaging van het bedrag van de zelfstandigenaftrek leidt, wordt het bedrag waarmee de zelfstandigenaftrek is verlaagd aangemerkt als niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek." — artikel 3.76, vijfde lid

De inspecteur stelt dat bedrag vast met een officiële, bezwaarbare beschikking, en vermeldt het apart op je aanslag. Daarna heb je negen kalenderjaren de tijd om het alsnog te verrekenen: in een jaar waarin je winst hoger is dan de gewone aftrek van dat jaar, mag je het niet-gerealiseerde bedrag uit eerdere jaren daar nog boven op aftrekken.

Dit is vooral relevant voor ondernemers met wisselende resultaten, bijvoorbeeld een seizoensgebonden bedrijf of een onderneming die net is gestart en in het eerste jaar nog weinig winst maakt. Kijk op je aanslag of er een niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek is vastgesteld — die vermelding mis je makkelijk tussen de andere cijfers, en zonder die vaststelling kun je het bedrag later niet meer verrekenen.

Wat dit betekent voor je eigen jaarplanning

Praktisch gezien levert dit een paar aandachtspunten op voor je eigen administratie.

  • Reken niet met een vast bedrag over meerdere jaren. Het aftrekbedrag daalt jaarlijks; gebruik voor een meerjarenbegroting steeds het bedrag van het jaar waarvoor je rekent, niet dat van vorig jaar.
  • Check het urencriterium, niet alleen je winst. Zonder de 1.225 uur heb je geen recht op de aftrek, ongeacht hoeveel winst je maakt.
  • Bewaar bewijs van je gewerkte uren. Bij twijfel over het urencriterium is een overzicht van besteedde tijd de eerste vraag die opkomt bij een controle.
  • Let op de beschikking bij een laag winstjaar. Is je winst een keer laag, controleer dan of de inspecteur een niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek heeft vastgesteld op je aanslag. Zonder die formele vaststelling kun je het bedrag later niet alsnog verrekenen.

Twijfel je over je eigen situatie, met name bij een combinatie van starten, een laag winstjaar of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd binnen een paar jaar? Dat is een vraag voor je boekhouder, juist omdat de regels in elkaar grijpen.