Adoptieverlof en pleegzorgverlof zijn twee aparte vormen van verlof uit de Wet arbeid en zorg, maar ze werken op dezelfde manier en staan daarom meestal samen genoemd. Adoptieverlof geldt wanneer een werknemer een kind adopteert dat gerechtelijk is toegewezen. Pleegzorgverlof geldt wanneer een werknemer een pleegkind in huis krijgt dat op het eigen adres wordt ingeschreven, meestal via een pleegzorgorganisatie.
Beide vormen van verlof staan los van geboorteverlof, ouderschapsverlof of calamiteitenverlof: het is een eigen verlofsoort, met een eigen aanvraagprocedure en een eigen uitkering via het UWV. Niet alleen de ouder die het kind krijgt kan dit verlof opnemen — ook een partner die in loondienst is, kan dit verlof bij de eigen werkgever aanvragen. De twee hoeven het verlof niet gelijktijdig op te nemen.
Als een werknemer in één keer meerdere kinderen adopteert of in pleeggezinverband opneemt (bijvoorbeeld een broer en zus samen), ontstaat er geen recht op extra verlof per kind. Volgens het UWV geldt het verlof van maximaal 6 weken voor de hele adoptie of plaatsing, niet per kind. Voor jou als werkgever is het dus vooral belangrijk om te weten wanneer het gaat om deze specifieke verlofvorm, en niet om bijvoorbeeld calamiteitenverlof voor de eerste dagen rond de komst van het kind.
