← Alle artikelen

Geboorteverlof voor de partner: wat je als werkgever regelt

Oarized · 10 oktober 2026

Geboorteverlof bestaat uit twee delen

Krijgt een medewerker een kind en is diegene de partner van de ouder die bevalt, dan heeft die medewerker recht op twee verschillende soorten verlof, met elk hun eigen regels. Volgens Rijksoverheid.nl bestaat het uit een vast deel en een aanvullend deel.

Het eerste deel is het geboorteverlof: eenmaal het aantal werkuren per week dat de medewerker normaal werkt, dus een week bij een voltijdcontract. Dit verlof moet binnen vier weken na de geboorte worden opgenomen.

Het tweede deel is het aanvullend geboorteverlof: maximaal vijf keer het aantal werkuren per week, dus maximaal vijf weken. Dit verlof moet binnen zes maanden na de geboorte worden opgenomen, en mag pas nadat het eerste deel al is opgenomen.

Die twee delen lijken op elkaar, maar verschillen op het punt dat er voor een werkgever het meest toe doet: wie het loon betaalt. Werkt een medewerker in deeltijd, dan reken je met het aantal uren dat diegene volgens het contract per week werkt, niet met een vaste week van vijf dagen.

Wie betaalt wat

Tijdens het gewone geboorteverlof van één week betaal je als werkgever het loon gewoon volledig door, net als bij een andere verlofdag. Dat deel loopt niet via het UWV en komt niet voor vergoeding in aanmerking: het is voor jou als werkgever een gewone loonkostenpost.

Tijdens het aanvullend geboorteverlof van maximaal vijf weken betaal je als werkgever geen loon. De medewerker ontvangt in die periode een uitkering van het UWV, van maximaal 70% van het dagloon, met als bovengrens 70% van het wettelijk maximumdagloon. Daardoor houdt de medewerker tijdens die weken minder over dan tijdens een gewone werkweek.

Niets verplicht je om dat verschil aan te vullen, maar niets verbiedt het ook: sommige werkgevers kiezen ervoor om de uitkering uit eigen zak aan te vullen tot 100% van het loon, als aantrekkelijke secundaire arbeidsvoorwaarde. Check bij een cao of personeelsgids of daar al afspraken over zijn gemaakt, voordat je zelf iets toezegt.

Hoe je het aanvullend verlof aanvraagt

De uitkering voor het aanvullend geboorteverlof vraag je als werkgever aan, niet de medewerker zelf. Volgens UWV doe je dat via de Verzuimmelder in het werkgeversportaal of via Digipoort, met de melding 'WAZO-verlof'. Werkt dat niet, dan kan het ook via het formulier Aanvragen WAZO-uitkering.

Bij de aanvraag verklaar je dat de medewerker het gewone geboorteverlof van één week al heeft opgenomen, binnen een maand na de geboorte. Zonder die verklaring neemt het UWV de aanvraag niet in behandeling.

De aanvraag moet binnen zes maanden na de geboorte zijn gedaan, ook als de medewerker het verlof gespreid opneemt in plaats van in één aaneengesloten blok. Doe je de aanvraag pas na afloop van het verlof, dan betaalt het UWV alleen nog over het jaar voorafgaand aan de aanvraag terug. Daarna beslist het UWV binnen vier weken, en krijg je als werkgever een kopie van die beslissing via het werkgeversportaal. De medewerker ziet het besluit zelf terug in Mijn UWV.

Praktische aandachtspunten voor je planning

Een medewerker moet het aanvullend geboorteverlof minimaal vier weken voor de gewenste ingangsdatum bij jou melden, met een brief of e-mail. Bij een vroeggeboorte mag dat korter, zo snel mogelijk na de bevalling.

Het verlof mag aaneengesloten worden opgenomen, maar ook verspreid over de periode van zes maanden, in onderling overleg tussen jou en de medewerker. Dat maakt plannen lastiger dan bij een vaste verlofweek: houd zelf bij wanneer de geboorte was, wanneer het eerste deel is opgenomen, en wanneer de termijn van zes maanden verstrijkt.

De grootste valkuil zit niet in het recht op verlof zelf — dat kun je niet weigeren — maar in de aanvraagtermijn bij het UWV. Mis je die termijn van zes maanden, dan loopt de medewerker een deel van de uitkering mis, ook al heeft die wel degelijk verlof opgenomen. Zet die datum daarom net zo vast in je administratie als een factuurvervaldatum, en wacht niet tot de laatste week om de aanvraag in te dienen.

Waarom dit iets anders is dan zwangerschapsverlof

Geboorteverlof voor de partner is niet hetzelfde als het verlof van de medewerker die zelf bevalt. Dat laatste heet zwangerschaps- en bevallingsverlof, loopt grotendeels via een eigen regeling met een langere duur, en wordt in zijn geheel door het UWV vergoed, niet voor een deel door jou als werkgever.

Geboorteverlof is bedoeld voor de partner: de echtgenoot, geregistreerde partner, of andere persoon die ongehuwd samenwoont met de ouder die bevalt en het kind erkent. Beide regelingen kunnen dus in dezelfde periode naast elkaar lopen bij twee verschillende medewerkers, met elk hun eigen aanvraag, eigen termijn en eigen verdeling tussen werkgever en UWV.

Verwar de twee niet in je personeelsadministratie: een medewerker die aangeeft vader of partner te worden, heeft recht op geboorteverlof zoals in dit artikel beschreven, niet op zwangerschapsverlof. Weet je niet zeker in welke situatie een medewerker zit, vraag er dan gewoon naar — dat is minder werk dan een foutieve aanvraag bij het UWV rechtzetten.