Krijgt een medewerker een kind en is diegene de partner van de ouder die bevalt, dan heeft die medewerker recht op twee verschillende soorten verlof, met elk hun eigen regels. Volgens Rijksoverheid.nl bestaat het uit een vast deel en een aanvullend deel.
Het eerste deel is het geboorteverlof: eenmaal het aantal werkuren per week dat de medewerker normaal werkt, dus een week bij een voltijdcontract. Dit verlof moet binnen vier weken na de geboorte worden opgenomen.
Het tweede deel is het aanvullend geboorteverlof: maximaal vijf keer het aantal werkuren per week, dus maximaal vijf weken. Dit verlof moet binnen zes maanden na de geboorte worden opgenomen, en mag pas nadat het eerste deel al is opgenomen.
Die twee delen lijken op elkaar, maar verschillen op het punt dat er voor een werkgever het meest toe doet: wie het loon betaalt. Werkt een medewerker in deeltijd, dan reken je met het aantal uren dat diegene volgens het contract per week werkt, niet met een vaste week van vijf dagen.
