Een stagiair aannemen voelt voor veel ondernemers als een lichte versie van personeel aannemen: iemand erbij, tegen een vergoeding die lager ligt dan een salaris, voor een afgebakende periode. Juridisch is het iets anders. Een stage draait om leren, een arbeidsovereenkomst draait om werken. Zodra die balans omslaat, verandert de stage in de praktijk in een dienstverband, met alle verplichtingen die daarbij horen.
Dat onderscheid is niet een kwestie van hoe je het contract noemt, maar van wat de stagiair feitelijk doet. Laat je een stagiair meedraaien, meekijken en onder begeleiding leren, dan blijft het een stage. Zet je een stagiair structureel in op plekken waar je anders een medewerker voor zou inhuren, met productiedruk en weinig begeleiding, dan is de arbeid leidend geworden en niet het leren. Op dat moment gelden dezelfde regels als bij een arbeidsovereenkomst: wettelijk minimumloon, werknemersverzekeringen en loonheffingen, ook als er op papier nog 'stageovereenkomst' boven staat.
Dit is meer dan een formaliteit. Bedrijven die stagiairs structureel inzetten als goedkope arbeidskracht lopen het risico dat de Inspectie SZW optreedt en dat er met terugwerkende kracht alsnog loon, premies en belasting verschuldigd zijn.
