Elke week, of elke maand, hetzelfde ritueel: je logt in op de bank, zet het bankafschrift naast de openstaande facturen in je boekhoudpakket, en gaat regel voor regel na welke factuur bij welke betaling hoort. Bij een handjevol klanten is dat tien minuten werk. Bij vijftig openstaande facturen per maand, met klanten die net iets anders overmaken dan het factuurbedrag, wordt het een puzzel.
Het probleem zit niet in het overzetten van het banksaldo — dat doen de meeste boekhoudpakketten allang automatisch via een bankkoppeling. Het probleem zit in de stap erna: welke binnengekomen betaling hoort bij welke openstaande factuur. Een klant die €847,50 overmaakt zonder factuurnummer in de omschrijving, een betaling die twee facturen tegelijk afdekt, of een bedrag dat een paar cent afwijkt door een afgeronde korting — dat moet iemand met de hand uitzoeken en aanvinken als betaald.
Bij bedrijven die op rekening werken — installatie, groothandel, uitzendbureaus — loopt dit op tot een paar uur per maand, vooral rond de eerste van de maand als de meeste facturen binnenkomen. Het is geen ingewikkeld werk, maar het is werk dat blijft liggen tot het niet meer kan wachten. En dat is precies het moment waarop je het overzicht kwijtraakt over wie nog moet betalen.
