Bedrijven die apparatuur, installaties of systemen bij klanten onderhouden werken de bijhouding daarvan vaak op dezelfde manier: een regel in een Excel-bestand, een aantekening in de agenda van één medewerker, of een stapel kaartjes in een ordner. Zolang die ene persoon er is en oplet, werkt dat aardig. Zodra diegene twee weken op vakantie is, ziek wordt of uit dienst gaat, valt het systeem stil zonder dat iemand het meteen merkt.
Bij vijf klanten is dat te overzien. Bij vijftig of honderd installaties — cv-ketels, airco's, brandblussers, hijsmiddelen, liften — wordt een spreadsheet zonder herinneringsfunctie al snel onbetrouwbaar. Er staat geen alarm op een cel die drie weken geleden had moeten opvallen. Het gevolg is dat een servicebeurt pas wordt ingepland als de klant zelf belt, of dat een verplichte keuring stilzwijgend een paar maanden te laat plaatsvindt.
Dat kost op twee manieren geld. Ten eerste is een onderhoudsbeurt vaak betaald werk — een gemiste beurt is gemiste omzet, niet alleen een gemiste taak. Ten tweede, als het onderhoud een wettelijke of contractuele basis heeft, ligt de verantwoordelijkheid voor het niet-tijdig uitvoeren ervan bij het bedrijf dat het onderhoud heeft toegezegd. Bij een geschil telt dan of je kunt aantonen wanneer je de klant hebt gewaarschuwd en wanneer de beurt gepland stond.
