Heb je een bedrijfspand met wettelijk verplichte blusmiddelen, dan geldt een harde ondergrens. Artikel 6.35 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) schrijft voor dat een draagbaar of verrijdbaar blustoestel dat verplicht is gesteld, minimaal eens per twee jaar wordt onderhouden en gecontroleerd op goede werking. Hetzelfde geldt voor een brandslanghaspel die verplicht is gesteld.
Dat 'verplicht gesteld' is een precisering die vaak over het hoofd wordt gezien: de regel geldt voor blusmiddelen die volgens de bouwregelgeving aanwezig moeten zijn, niet automatisch voor elk blusapparaat dat toevallig in een pand hangt. Heb je extra blussers neergezet zonder dat de bouwregelgeving dat eist, dan valt dat er strikt genomen buiten — al is onderhoud dan natuurlijk nog steeds verstandig.
Voor de manier waarop je keurt, verwijst de praktijk naar NEN 2559. Deze norm is in het Bbl zelf niet meer letterlijk aangewezen, maar geldt volgens het Informatiepunt Leefomgeving nog altijd als voldoende basis om aan de onderhouds- en controleplicht te voldoen. Een keuring volgens NEN 2559 doe je niet zelf: dat is werk voor een deskundig bedrijf, meestal een gecertificeerde onderhoudsmonteur.
