Het eerste kwartaal loopt af, en ergens in april moet de btw-aangifte de deur uit. Je weet dat het eraan komt, maar de bonnetjes van januari liggen nog in een schoenendoos of een fotomapje op je telefoon, de facturen van een paar klanten zijn per ongeluk in de spammap beland, en je weet niet zeker of die ene aankoop van vorige maand al is ingeboekt.
Dat gebeurt niet omdat je slecht in administratie bent. Het gebeurt omdat het verzamelen van bonnen en facturen iets is dat je tussendoor doet, verspreid over drie maanden, terwijl het werk waar je klanten voor betalen op de eerste plaats komt. Tegen de tijd dat de aangifte moet, ben je twee avonden kwijt aan het bij elkaar zoeken van dingen die je in het moment zelf in twee minuten had kunnen vastleggen.
Bij een eenmanszaak met een paar facturen per maand is dat vervelend, maar te overzien. Bij een bedrijf met tien of twintig leveranciers, wisselende onderaannemers en een aparte kostenrekening per project wordt het een aparte klus die telkens terugkomt — vier keer per jaar, of twaalf keer als je maandaangifte doet.
