Een vacature plaatsen levert al snel dertig tot honderd reacties op: cv's in de mail, sollicitatiebrieven via een formulier op de site, soms een los Whatsapp-bericht van iemand die de vacature via via hoorde. Één iemand krijgt de baan. De rest van de stapel blijft gewoon staan — in de inbox, in een map op de server, in het wervingssysteem als je dat gebruikt.
Dat gebeurt niet uit onzorgvuldigheid. Er is meestal simpelweg geen moment waarop iemand besluit: dit verwijderen we nu. De vacature is ingevuld, de aandacht gaat naar de nieuwe medewerker, en de cv's van de afgewezen kandidaten blijven ongemoeid liggen. Bij een bedrijf dat een paar keer per jaar werft, stapelt dat op tot een archief van persoonsgegevens zonder dat iemand een bewuste keuze heeft gemaakt om dat te bewaren.
Dat is het probleem: niet dat er kwaad opzet is, maar dat er geen proces is dat automatisch afsluit. Bij een klantfactuur is er een vast ritme — versturen, betalen, archiveren. Bij een sollicitatieprocedure eindigt het traject met een afwijzingsmail, en daarna gebeurt er niets meer met de data. Precies dat ontbrekende sluitstuk is waar de regels van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) over gaan.
