Een proeftijd is de periode aan het begin van een arbeidsovereenkomst waarin jij en je werknemer het contract per direct kunnen opzeggen. Geen opzegtermijn, geen ontslagvergunning van het UWV, geen ontbinding door de rechter nodig — degene die opzegt hoeft niet eens een reden te geven, al moet die de reden wel op verzoek schriftelijk toelichten.
Die vrijheid is precies waarom de wet er strak omheen zit. Artikel 7:652 van het Burgerlijk Wetboek regelt de proeftijd tot in detail, en twee eisen gelden voor elke proeftijd, ongeacht de duur van het contract.
Ten eerste: de proeftijd moet schriftelijk worden afgesproken. Een mondelinge afspraak of een proeftijd die alleen mondeling is besproken tijdens het sollicitatiegesprek telt niet. Hij moet in de arbeidsovereenkomst zelf staan, of in de cao die van toepassing is.
Ten tweede: de proeftijd moet voor beide partijen gelijk zijn. Je kunt dus niet afspreken dat jij als werkgever twee maanden de tijd hebt om afscheid te nemen, en je werknemer maar één maand. Beide termijnen moeten identiek zijn, ook al ligt het initiatief in de praktijk vaker bij de werkgever.
