← Alle artikelen

Gebruikelijk loon dga 2026: het bedrag en wanneer het lager mag

Oarized · 5 november 2026

Wat de gebruikelijkloonregeling is en voor wie die geldt

Werk je als directeur-grootaandeelhouder (dga) voor je eigen bv, dan mag je niet zelf kiezen om je loon op nul te zetten en alleen dividend uit te keren. De Belastingdienst verplicht je om jezelf een "gebruikelijk" loon te geven, ook al zou het voor de bv fiscaal aantrekkelijker zijn om dat niet te doen. Dit heet de gebruikelijkloonregeling, en die geldt voor iedereen met een aanmerkelijk belang (doorgaans 5% of meer van de aandelen) die werkzaamheden verricht voor die bv.

De regeling bestaat om te voorkomen dat dga's hun belastbaar inkomen kunstmatig laag houden door loon te vervangen door dividend of door winst gewoon in de bv te laten zitten. Zonder deze regel zou je als dga geen of nauwelijks loonheffing betalen, terwijl een gewone werknemer in dezelfde functie wel loonbelasting en premies afdraagt.

Er is wel een ondergrens waarbij de regeling niet in werking treedt. Krijg je geen loon voor je werkzaamheden en is het gebruikelijk loon dat je zou moeten krijgen niet hoger dan €5.000 per jaar, dan hoef je aan het einde van het jaar geen fictief loon bij te boeken. Die grens van €5.000 geldt overigens niet per bv apart: hij telt voor al je werkzaamheden als aanmerkelijkbelanghouder samen, ook als je voor meerdere bv's werkt.

Het bedrag voor 2026 en hoe je het vaststelt

Voor 2026 is het wettelijke minimum voor het gebruikelijk loon €58.000, een stijging ten opzichte van €56.000 in 2024 en 2025. Dit staat in het Handboek Loonheffingen 2026 van de Belastingdienst (paragraaf 18.1.2).

Dit bedrag van €58.000 is echter niet automatisch wat je moet uitbetalen. De hoofdregel is dat je gebruikelijk loon het hoogste is van drie bedragen:

  • 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking (dus wat iemand in een vergelijkbare functie bij een ander bedrijf zou verdienen);
  • het loon van de best verdienende gewone werknemer binnen de bv of een daarmee verbonden vennootschap;
  • €58.000.

Tot en met 2022 mocht je bij de eerste toets volstaan met 75% van het vergelijkbare loon. Die marge van 25%, de "doelmatigheidsmarge", is sinds 2023 afgeschaft: het handboek stelt het met zoveel woorden: "Vanaf 2023 is er dus geen doelmatigheidsmarge meer." Alleen bv's met een vóór 2023 afgesloten vaststellingsovereenkomst mogen de oude 75%-afspraak nog laten doorlopen zolang die overeenkomst geldig blijft.

Kun je geen goed vergelijkbare dienstbetrekking aanwijzen, dan accepteert de Belastingdienst de zogeheten afroommethode als hulpmiddel: een deel van de winst die direct aan jouw arbeid is toe te rekenen, geldt dan als aanwijzing voor een reëel loon. Dit is geen zelfstandige hoofdregel, maar een controlemiddel voor situaties zonder duidelijke vergelijkingsmaatstaf, zo blijkt uit het standpunt van de Kennisgroep dividendbelasting en inkomen uit aanmerkelijk belang.

Wanneer je het loon lager mag vaststellen

Er zijn drie situaties waarin een loon onder de €58.000 toch is toegestaan, maar in alle gevallen moet je dat zelf aannemelijk maken. De Belastingdienst gaat er niet automatisch van uit.

Deeltijd. Werk je in deeltijd voor je bv, dan mag je het gebruikelijk loon niet zomaar naar beneden bijstellen. Je moet aantonen wat een vergelijkbare voltijdfunctie zou opleveren en dat naar rato herrekenen. Het Handboek Loonheffingen geeft als voorbeeld een dga die twee dagen per week werkt bij een vergelijkbaar voltijdloon van €60.000: dan mag het gebruikelijk loon op 2/5 × €60.000 = €24.000 worden gesteld, mits aannemelijk gemaakt.

Startende onderneming. De oude regeling voor "innovatieve start-ups", waarbij je drie jaar lang het wettelijk minimumloon mocht aanhouden, is sinds 2023 vervallen voor nieuwe gevallen en sinds 2025 ook voor de laatste overgangsgevallen. Wel bestaat er nog een aparte, ruimere regeling voor startende ondernemingen die niet aan de voorwaarden voor een start-up voldoen: zij mogen tijdelijk, voor maximaal drie jaar, uitgaan van een loon dat niet lager is dan het wettelijk minimumloon.

Verlieslijdende onderneming. Lijdt je bv zoveel verlies dat de continuïteit in gevaar komt, dan mag je het loon lager vaststellen dan gebruikelijk. Dit geldt niet bij incidenteel verlies, niet zolang de bv haar rekeningen nog kan betalen, en niet als het geldtekort het gevolg is van een oplopende rekening-courantschuld, een dividenduitkering of andere onttrekkingen die je zelf hebt gedaan.

Wat een verkeerd gebruikelijk loon je kost

Betaal je jezelf minder dan het gebruikelijk loon zonder dat een van de uitzonderingen van toepassing is, dan moet je het verschil aan het einde van het jaar alsnog als loon in je administratie opnemen. Dat verschil heet het fictieve loon, en daarover moet je dan nog loonheffingen afdragen, met terugwerkende kracht over het hele jaar.

Ontdekt de Belastingdienst dit pas bij een controle, dan volgt een naheffingsaanslag loonheffingen, plus belastingrente over de periode dat er te weinig is afgedragen. Daarnaast kan een boete volgen:

  • Aangifteverzuim (geen of te late aangifte): een vast bedrag van €83.
  • Betaalverzuim (te laat of te weinig betaald): 3% van het te laat betaalde bedrag, met een minimum van €50 en een maximum van €6.709.
  • Correctieverzuim (een correctie niet, te laat of onjuist ingediend): tot maximaal €1.675.
  • Vergrijpboete: bij grove schuld of (voorwaardelijke) opzet kan de Belastingdienst een vergrijpboete opleggen in plaats van de gewone betaalverzuimboete, en die kan flink hoger uitvallen.

Het Handboek Loonheffingen 2026 vermeldt zelfs dat opzettelijk niet nakomen van de aangifte- of betaalplicht als misdrijf kan worden gezien en tot strafvervolging kan leiden, al is dat voor een gewoon te laag vastgesteld gebruikelijk loon een uiterste scenario.

De praktische les: leg vooraf vast waarom je voor een bepaald bedrag hebt gekozen, bijvoorbeeld met een paar vacatures of salarisbenchmarks voor een vergelijkbare functie. Dat bewijs heb je nodig op het moment dat de Belastingdienst ernaar vraagt, niet pas achteraf.