Op bijna elk voedingsproduct moet een houdbaarheidsdatum staan. Er zijn twee soorten, en het verschil is groter dan de meeste mensen denken.
De uiterste consumptiedatum ('te gebruiken tot') hoort bij producten die uit microbiologisch oogpunt zeer bederfelijk zijn en die na korte tijd een direct gevaar voor de gezondheid kunnen vormen — denk aan kant-en-klare maaltijdsalades met zalm, verse groentesappen of bepaalde vleeswaren, waar bijvoorbeeld listeria kan groeien. Na deze datum is het product volgens de NVWA onveilig en mag het niet meer worden verkocht.
De datum van minimale houdbaarheid ('ten minste houdbaar tot') geldt voor alle andere producten. Dat is de datum tot waarop het product zijn eigenschappen behoudt als het goed bewaard wordt. Na die datum verandert er niets automatisch: het product mag in theorie nog steeds verkocht of gegeten worden, zolang het veilig en van goede kwaliteit is.
Een detail waar veel bedrijven overheen lezen: de afkortingen 'THT' en 'TGT' mogen niet op je eigen etiket staan. Je moet voluit schrijven wat het is — 'te gebruiken tot' of 'ten minste houdbaar tot'. Ook een vage term als 'beperkt houdbaar' is niet toegestaan. Dat lijkt een formaliteit, maar het is precies het soort punt waar een controle op let.
Wil je als verkoper zelf een nieuwe datum van minimale houdbaarheid vaststellen, bijvoorbeeld na het ompakken van een groter product? Dat mag, maar dan neem je de verantwoordelijkheid voor de houdbaarheid over van de fabrikant, moet het product zijn eigenschappen echt behouden tot die nieuwe datum, en moet de oude datum zichtbaar blijven op de verpakking.
