Het urencriterium is de eis dat je minimaal 1.225 uur per kalenderjaar aan je onderneming besteedt. Haal je dat aantal niet, dan heb je geen recht op de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek. Dat maakt dit criterium meteen het belangrijkste getal in de aangifte van veel zzp'ers, ook al is het geen bedrag maar een urenteller.
Er komt een tweede eis bij zodra je naast je onderneming ook ander werk doet, bijvoorbeeld een deeltijdbaan in loondienst. Ben je al langer dan vijf jaar ondernemer, dan moet je meer tijd aan je onderneming besteden dan aan dat andere werk. Ben je korter dan vijf jaar ondernemer of heb je in de vijf jaar daarvoor geen onderneming gehad, dan geldt die extra eis niet en telt alleen het aantal van 1.225 uur.
Er gelden twee uitzonderingen op de norm zelf. Bij een periode van zwangerschap mag je de gemiddelde wekelijkse uren uit de rest van het jaar doortellen over zestien weken, ook als je in die weken niet werkte. Ontvang je een arbeidsongeschiktheidsuitkering, dan geldt een verlaagd criterium van 800 uur in plaats van 1.225 uur.
Belangrijk: het urencriterium staat los van hoeveel omzet of winst je maakt. Je kunt ruim boven de 1.225 uur zitten en toch weinig verdienen, of andersom weinig uren maken met een goede omzet. De Belastingdienst kijkt wel of de verhouding tussen je uren en je omzet aannemelijk is — een opvallende mismatch is vaak precies waar een controle op aanslaat.
