Een zaakauto met een gps-tracker, boordcomputer of black box: bij bedrijven met een wagenpark is het al heel gewoon. Maar mag je als werkgever eigenlijk zien waar je werknemer rijdt, hoe lang hij stilstaat, en hoe hard hij optrekt?
Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is het antwoord ja, onder voorwaarden. De AP schrijft het zo:
Ja, uw werkgever mag gps plaatsen in uw auto van de zaak. Of een ander track & trace-systeem. Zoals een boordcomputer of black box.
Maar daar hoort direct een beperking bij: het mag alleen als het noodzakelijk is, en je moet je houden aan de regels uit de AVG.
Een gps-tracker in een bedrijfsauto valt onder wat de AP een personeelsvolgsysteem noemt: elk systeem dat ingezet wordt, of ingezet kan worden, om de aanwezigheid, het gedrag of de prestaties van werknemers te volgen. Daaronder vallen niet alleen gps-trackers, maar ook toegangspassen, camera's, software die toetsaanslagen of internetgebruik registreert, en wearables zoals een smartwatch. Zodra zo'n systeem er is - ook als je het nog niet gebruikt om te controleren - gelden de regels voor personeelsvolgsystemen.
Dat betekent niet dat je werknemers continu mag volgen zodra er een zakelijke reden is. Noodzakelijkheid is de kern: kun je het doel ook bereiken met een minder ingrijpende methode, dan moet je die kiezen.
