← Alle artikelen

Kwaliteitsborger inschakelen: wanneer dat verplicht is onder de Wkb

Oarized · 24 oktober 2026

Wat een kwaliteitsborger doet en waarom de rol bestaat

Sinds de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) controleert niet meer alleen de gemeente of een bouwplan aan de regels voldoet. Voor een deel van de bouwprojecten is die controle verschoven naar een onafhankelijke kwaliteitsborger — een partij die los staat van de bouw zelf en speciaal is toegelaten om dit te doen.

De kwaliteitsborger komt al in beeld vóórdat de eerste spade de grond raakt. Volgens het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO), het officiële loket van de Rijksoverheid voor de Omgevingswet, onderzoekt de kwaliteitsborger eerst de risico's van het bouwplan en bepaalt hij welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat het bouwwerk niet aan de regels voldoet. Dat gebeurt met extra aandacht voor onderdelen die je later niet meer kunt zien, zoals wapening in beton of verborgen isolatie — juist de dingen die na opleveren niet meer te checken zijn.

Die risicobeoordeling leidt tot een borgingsplan: een document waarin staat welke risico's zijn gesignaleerd, welke maatregelen daar tegenover staan, en wanneer er tijdens de bouw gecontroleerd wordt. Dat plan ligt niet vast voor de hele bouw — het IPLO noemt het expliciet 'niet in beton gegoten' en het wordt tijdens het project bijgewerkt als de situatie verandert. Aan het einde geeft de kwaliteitsborger een verklaring af dat het gebouw volgens het gebruikte instrument en de regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is gebouwd. Zonder die verklaring mag je het gebouw niet in gebruik nemen.

Wanneer je een kwaliteitsborger verplicht nodig hebt

De verplichting geldt niet voor elk bouwproject. Het Ondernemersplein van de Rijksoverheid is daar duidelijk over: je hebt alleen een kwaliteitsborger nodig als je bouwplan in gevolgklasse 1 valt — de laagste risicoklasse binnen de Wkb.

Gevolgklasse 1 bestaat uit relatief eenvoudige bouwwerken: vrijstaande woningen, twee-onder-een-kapwoningen, rijtjeswoningen en eenvoudige bedrijfspanden. Appartementencomplexen vallen er nadrukkelijk buiten, net als complexere gebouwen zoals scholen, kantoren met meerdere verdiepingen, ziekenhuizen of stadions — die volgen in latere fasen, als de wet wordt uitgebreid naar gevolgklasse 2 en 3.

De regel is sinds 1 januari 2024 van kracht, gelijktijdig met de Omgevingswet. Heb je voor je project een omgevingsvergunning nodig, dan geldt de verplichting vanaf het moment dat je die vergunning hebt gekregen. Of jouw concrete bouwplan precies in gevolgklasse 1 valt, kun je navragen via het Omgevingsloket — de officiële check van de overheid voordat je verder plant.

Belangrijk om te onthouden: zonder kwaliteitsborger kun je geen bouwmelding doen, en zonder geldige bouwmelding mag je niet beginnen met bouwen. De kwaliteitsborger regelen is dus geen stap die je ergens halverwege het traject nog kunt inhalen — hij moet er staan voordat er één dag gewerkt wordt.

Wie de kwaliteitsborger inschakelt en hoe het proces verloopt

Het IPLO is hier specifiek over: de opdrachtgever van het bouwproject schakelt de kwaliteitsborger in. Dat kan de aannemer zelf zijn, maar ook een andere partij die bij het project betrokken is, afhankelijk van wie in de rol van opdrachtgever optreedt.

Eén eis staat vast: de kwaliteitsborger moet onafhankelijk zijn. Hij mag geen andere rol in hetzelfde project hebben — niet als architect, adviseur, bouwer of ontwikkelaar. En hij moet geregistreerd staan bij de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw, de instantie die instrumenten en kwaliteitsborgers toelaat. Je kiest dus niet zomaar een adviseur die je al voor iets anders in het project gebruikt — die combinatie is niet toegestaan.

In de praktijk verloopt het traject in een vaste volgorde: eerst de risicobeoordeling en het borgingsplan, dan de bouwmelding (die pas kan nadat er een kwaliteitsborger is aangesteld), vervolgens de uitvoering met controles volgens het borgingsplan, en aan het einde de gereedmelding met de verklaring van de kwaliteitsborger. Let op: die gereedmelding betekent niet automatisch dat het gebouw helemaal af is in de gewone zin. Het IPLO noemt dat expliciet: het gebouw is dan 'Bbl-klaar', wat iets anders is dan opleveringsklaar voor de klant.

Wat er nog niet onder de Wkb valt

De Wkb is nog niet compleet, en dat is precies waar ondernemers zich soms in verkijken. De wet geldt nu voor nieuwbouw in gevolgklasse 1. Voor verbouwingen is nog niet vastgesteld wanneer de verplichting gaat gelden — het Ondernemersplein schrijft het zonder omwegen: wanneer de Wkb voor verbouw gaat gelden, is nu nog niet bekend.

Dat betekent dat een flink deel van het werk van een gemiddeld bouw- of aannemersbedrijf — verbouwingen, aanbouwen, renovaties — vandaag nog buiten deze verplichting valt. Je kunt dus niet aannemen dat elk project dat binnenkomt automatisch een kwaliteitsborger nodig heeft, en je kunt ook niet aannemen dat dit nooit gaat veranderen.

Ook de uitbreiding naar hogere risicoklassen (gevolgklasse 2 en 3, met gebouwen zoals scholen, kantoren en ziekenhuizen) ligt nog niet vast. Die uitbreiding hangt af van een evaluatie van hoe de wet in de praktijk werkt bij gevolgklasse 1. Tot die evaluatie is afgerond, blijft de reikwijdte van de Wkb beperkt tot het segment eenvoudige nieuwbouw.

Voor je eigen bedrijfsvoering betekent dit vooral: check per project opnieuw of de Wkb van toepassing is, in plaats van een vaste regel voor al je werk aan te houden. Een aannemer die zowel nieuwbouw als verbouw doet, heeft dus twee verschillende routes naast elkaar — met en zonder kwaliteitsborger — en dat blijft voorlopig zo.

Wat dit betekent voor je planning en administratie

Praktisch gezien verandert de Wkb niet alleen wie er controleert, maar ook wanneer in het project bepaalde stappen moeten gebeuren. De risicobeoordeling en het borgingsplan moeten er liggen vóórdat je kunt starten — niet iets wat je er tijdens de bouw nog bijregelt. Wie dat te laat oppakt, loopt het risico dat de bouwmelding vertraging oploopt en de hele planning een paar weken opschuift nog voordat er iets gebouwd is.

Omdat het borgingsplan tijdens de bouw bijgewerkt moet blijven, is het ook geen document dat je eenmalig opstelt en wegslaat. Het moet meebewegen met wat er daadwerkelijk op de bouwplaats gebeurt, en de kwaliteitsborger moet op de afgesproken momenten kunnen controleren. Dat vraagt dat jouw planning ruimte laat voor die controlemomenten, en dat de kwaliteitsborger op tijd de juiste informatie krijgt — tekeningen, wijzigingen, voortgang.

Voor een aannemer die meerdere projecten in gevolgklasse 1 tegelijk heeft lopen, loont het om dit niet per project opnieuw uit te vinden: wie je altijd inschakelt, welke informatie die partij standaard nodig heeft, en op welk moment in je eigen planning daar ruimte voor is. Dat is geen wettelijke eis, maar wel het verschil tussen een bouwmelding die soepel loopt en een project dat al bij de start een paar weken verliest aan uitzoekwerk.