Sinds de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) controleert niet meer alleen de gemeente of een bouwplan aan de regels voldoet. Voor een deel van de bouwprojecten is die controle verschoven naar een onafhankelijke kwaliteitsborger — een partij die los staat van de bouw zelf en speciaal is toegelaten om dit te doen.
De kwaliteitsborger komt al in beeld vóórdat de eerste spade de grond raakt. Volgens het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO), het officiële loket van de Rijksoverheid voor de Omgevingswet, onderzoekt de kwaliteitsborger eerst de risico's van het bouwplan en bepaalt hij welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat het bouwwerk niet aan de regels voldoet. Dat gebeurt met extra aandacht voor onderdelen die je later niet meer kunt zien, zoals wapening in beton of verborgen isolatie — juist de dingen die na opleveren niet meer te checken zijn.
Die risicobeoordeling leidt tot een borgingsplan: een document waarin staat welke risico's zijn gesignaleerd, welke maatregelen daar tegenover staan, en wanneer er tijdens de bouw gecontroleerd wordt. Dat plan ligt niet vast voor de hele bouw — het IPLO noemt het expliciet 'niet in beton gegoten' en het wordt tijdens het project bijgewerkt als de situatie verandert. Aan het einde geeft de kwaliteitsborger een verklaring af dat het gebouw volgens het gebruikte instrument en de regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is gebouwd. Zonder die verklaring mag je het gebouw niet in gebruik nemen.
