Bij een hovenier, installatiebedrijf of schoonmaakbedrijf rijdt het personeel elke dag naar klanten. Onderweg wordt materiaal gekocht, geparkeerd, getankt. Elk bonnetje moet ergens terechtkomen, en elke rit moet ergens genoteerd worden om de kilometervergoeding te kunnen uitbetalen.
In de praktijk gebeurt dat met een fotomapje op de telefoon, een kladblaadje in de bus, of een Excel die aan het eind van de maand wordt ingevuld op basis van geheugen. Bonnetjes verbleken, gaan verloren, of komen twee maanden te laat binnen. Iemand op kantoor moet ze overtypen in de boekhouding, het bedrag en de btw controleren, en de kilometers optellen tegen het geldende tarief.
Bij een bedrijf met tien man in de buitendienst is dat al snel een paar uur werk per maand, verspreid over meerdere mensen: de monteur die moet uitzoeken wat hij nog moet indienen, de administratie die alles overtypt, en de eigenaar die eind van de maand nog rekeningen mist. Het is geen groot probleem in één keer, maar het is elke maand hetzelfde werk, met dezelfde kans op fouten.
Dat maakt dit een ander type klus dan bijvoorbeeld een factuur maken: het gaat niet om één handeling, maar om tientallen kleine invoermomenten die bij elkaar opgeteld een vast blok tijd kosten.
