← Alle artikelen

Is een pensioenregeling verplicht voor je personeel?

Oarized · 7 november 2026

Geen wettelijke pensioenplicht, met drie uitzonderingen

Je bent als werkgever in Nederland niet standaard verplicht om een pensioenregeling aan te bieden. Er staat geen algemene pensioenplicht in de wet. Veel ondernemers denken van wel, omdat pensioen bij de meeste bedrijven gewoon onderdeel is van de arbeidsvoorwaarden. Dat is gewoonte, geen wet.

Het Ondernemersplein van de Rijksoverheid noemt drie situaties waarin het wel moet:

  • Je valt onder een cao waarin een verplichte pensioenregeling staat.
  • Je zit in een sector waar aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds verplicht is.
  • Je werknemers vallen onder een beroepsgroep met een wettelijk verplichte regeling.

"Als u onder een cao valt waarin een verplichte pensioenregeling staat." - Ondernemersplein, Rijksoverheid

Geldt geen van de drie, dan kies je zelf of en hoe je pensioen regelt. Geldt er wel een verplichting, dan moet je als werkgever je werknemers ook laten weten welke regeling van toepassing is en waar ze de details kunnen vinden. Dat laatste is zelf ook een verplichting, los van de vraag of je mag kiezen welke regeling het wordt.

Wanneer een bedrijfstakpensioenfonds je verplicht

De meeste verplichte pensioenaansluitingen lopen via een bedrijfstakpensioenfonds (bpf), geregeld in de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000. Dit werkt niet automatisch: werkgevers- en werknemersorganisaties die samen minstens 60% van de werknemers in een sector vertegenwoordigen, kunnen de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vragen om deelname aan hun fonds verplicht te stellen. Wijst de minister dat toe, dan geldt de verplichting voor de hele sector, ook voor bedrijven die niet bij een werkgeversorganisatie zijn aangesloten.

"Werkgevers zijn verplicht deel te nemen aan een pensioenregeling." - DNB, Wet bpf 2000

Bekende voorbeelden: bpfBOUW voor de bouw, PME voor de metaal- en elektrotechniek, PFZW voor zorg en welzijn, en ABP voor overheid en onderwijs. Of jouw bedrijf eronder valt, hangt meestal af van de werkzaamheden die je daadwerkelijk uitvoert, niet van de naam op je briefpapier. Fondsen en adviseurs gebruiken hiervoor vaak de SBI-code bij de KvK als eerste check, maar die code is niet de wettekst zelf. Bij twijfel moet je de werkingssfeer van de verplichtstelling zelf nalezen.

Heb je al een eigen, minimaal gelijkwaardige regeling voordat de verplichtstelling voor jouw sector inging? Dan kun je het fondsbestuur om vrijstelling vragen. Zonder die vrijstelling blijft de verplichting gelden, ook als je er zelf nooit naar hebt gezocht.

Wanneer een cao je verplicht, ook zonder bedrijfstakfonds

Een bedrijfstakpensioenfonds is niet de enige route. Ook een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) kan je verplichten om pensioen te regelen, bijvoorbeeld via een met naam genoemde verzekeraar of premiepensioeninstelling (PPI). Dat staat los van een eventuele verplichtstelling bij een bpf.

Twee dingen zijn dan relevant:

  • Is de cao op jouw bedrijf van toepassing? Dat is het geval als je lid bent van de werkgeversvereniging die de cao heeft afgesloten, of als de cao algemeen verbindend is verklaard (avv) door de minister van SZW. Een avv-cao geldt voor de hele sector, dus ook voor bedrijven die geen lid zijn van een werkgeversorganisatie.
  • Wat zegt de cao precies over pensioen? Niet elke cao regelt pensioen; sommige laten dat juist vrij.

Voor een eigen check is het cao-register van het ministerie van SZW het aangewezen startpunt, samen met het overzicht van verplichtstellingen. Een adviseur of de brancheorganisatie van je sector weet meestal snel of, en via welke uitvoerder, pensioen in je cao is vastgelegd. Ga je ervan uit dat het je niet raakt omdat je klein bent of geen lid van een werkgeversvereniging, dan is dat precies de aanname die bij een controle naar boven komt.

Wat het kost als je een verplichting over het hoofd ziet

Een gemiste pensioenverplichting is geen fout die vanzelf verdwijnt. Een bedrijfstakpensioenfonds kan achterstallige premie met terugwerkende kracht vorderen, en de termijn daarvoor is langer dan bij de meeste andere administratieve fouten.

Volgens de Rijksoverheid geldt voor de premie zelf een verjaringstermijn van vijf jaar, vanaf de dag waarop de vordering opeisbaar werd:

"De algemene verjaringstermijn is 5 jaar." - Rijksoverheid, Verjaring pensioenpremie

Maar een fonds kan naast de premie ook schadevergoeding claimen, en daarvoor geldt een termijn van twintig jaar. De Rijksoverheid geeft als voorbeeld een werkgever die vijftien jaar lang ten onrechte buiten een verplicht fonds is gebleven: het fonds kan die schade dan over de hele periode claimen, inclusief de gemiste premie, boeterente en rente.

Dat maakt een gemiste bpf-aansluiting potentieel duurder dan een vergelijkbare fout bij de Belastingdienst, waar navorderingstermijnen vaak korter liggen. Het risico zit vooral bij groeiende bedrijven: een onderneming die een paar jaar geleden als eenmanszaak begon en inmiddels personeel heeft in een verplicht gestelde sector, merkt het probleem vaak pas als het fonds zelf langskomt, niet op het moment dat de verplichting ontstond.

Pensioen vrijwillig aanbieden, en de deadline die er dan aankomt

Geldt geen van de verplichtingen hierboven voor jou, dan is pensioen een vrije keuze. Je kunt een regeling afsluiten bij een verzekeraar of een premiepensioeninstelling (PPI), of het bewust laten, bijvoorbeeld omdat je met een klein, flexibel team werkt waarin de behoefte sterk per persoon verschilt en een collectieve regeling weinig toevoegt.

Besluit je om wel iets te regelen, dan loop je sinds de Wet toekomst pensioenen (Wtp) tegen een andere opzet aan dan een paar jaar geleden. Bestaande regelingen moeten uiterlijk op een vaste datum zijn omgezet naar het nieuwe stelsel:

"Uiterlijk 1 januari 2028 moeten de oude pensioenen zijn omgezet naar nieuwe pensioenen." - Rijksoverheid, Overgang naar nieuwe pensioenstelsel

Loopt je regeling via een verzekeraar of PPI, dan moet het transitieplan daarvoor al op 1 oktober 2027 zijn ingediend. In dat plan staat onder meer welk type regeling je krijgt, een flexibele of een solidaire premieregeling, of de al opgebouwde pensioenen meegaan naar het nieuwe stelsel, en hoe werknemers die er financieel op achteruitgaan (vooral de groep tussen 40 en 55 jaar) gecompenseerd worden. Start je nu pas met een nieuwe regeling, dan val je meteen onder de nieuwe regels en speelt die transitie niet voor jou. Dat is dan al verwerkt in de polis die je aangeboden krijgt.