Alle artikelen

Werktijden van personeel registreren: wat de Arbeidstijdenwet vraagt

Oarized · 23 september 2026

Wat de wet van je vraagt

Als werkgever moet je de gewerkte uren van je personeel bijhouden. Dat staat op Ondernemersplein, het overheidsloket voor ondernemers: 'U moet de gewerkte uren bijhouden.' Dit volgt uit de Arbeidstijdenwet en geldt voor elk bedrijf met personeel, ongeacht de sector.

Aan de vorm van die registratie worden geen eisen gesteld. Je mag zelf kiezen of je dat doet met een prikklok, een digitaal systeem of een simpele lijst. Wat wel telt, is wat er uit die registratie moet blijken. Volgens Arboportaal geldt: 'Er zijn geen eisen aan de vormgeving gesteld, maar uit de registratie moet de Nederlandse Arbeidsinspectie wel kunnen zien of de Arbeidstijdenwet is nageleefd.'

Dat is een andere verplichting dan veel ondernemers denken. Het gaat niet om het aantal uren dat je uitbetaalt, maar om de vraag of je kunt aantonen dat je personeel niet te lang heeft doorgewerkt en genoeg rust heeft gehad. Zonder een registratie die dat laat zien, kan de Arbeidsinspectie bij een controle niet vaststellen of de wet is nageleefd - en dat risico ligt bij jou als werkgever, niet bij je medewerker.

De regels waar je dit aan toetst

De Arbeidstijdenwet geeft harde grenzen waar je registratie tegen moet kunnen worden getoetst. Voor een werknemer van 18 jaar of ouder gelden volgens Rijksoverheid.nl onder de standaardregeling deze maxima:

  • Maximaal 12 uur per dienst.
  • Nooit meer dan 60 uur per week.
  • Gemiddeld maximaal 55 uur per week over een periode van 4 weken.
  • Gemiddeld maximaal 48 uur per week over een periode van 16 weken.

Daar staan minimale rusttijden tegenover. Na een werkdag geldt een rustperiode van minstens 11 aaneengesloten uren, die eens in de 7 dagen mag worden ingekort tot minimaal 8 uur. Wekelijks geldt standaard een rust van 36 aaneengesloten uren per periode van 7 keer 24 uur, of - als daarvan wordt afgeweken - 72 uur rust per periode van 14 keer 24 uur.

Dit zijn de regels uit de standaardregeling. In sommige cao's staan afwijkende afspraken; die gaan dan voor, zolang ze binnen wat de wet toestaat blijven. Zonder cao geldt de standaardregeling gewoon zoals hierboven.

Waarom loonuren niet hetzelfde zijn als een werktijdenregistratie

Veel bedrijven denken dat hun loonadministratie deze verplichting al afdekt. Dat klopt meestal niet. Een loonadministratie registreert hoeveel uren iemand heeft gewerkt, omdat dat bepaalt wat er wordt uitbetaald. Vaak staat daar een totaal per week of per maand, soms handmatig ingevoerd door de medewerker zelf achteraf.

Voor de Arbeidstijdenwet is dat onvoldoende informatie. Om te kunnen laten zien dat de rustperiode van 11 uur is gehaald, of dat iemand niet meer dan 12 uur in een dienst heeft gewerkt, moet je weten wanneer een dienst precies begon en eindigde - niet alleen hoeveel uur er in totaal is gemaakt. Een totaal van 45 uur in een week zegt niets over de vraag of iemand op dinsdag om 6 uur is begonnen na een dienst die de avond ervoor tot middernacht duurde.

Dat onderscheid wordt vooral zichtbaar bij bedrijven met wisselende diensten: personeel dat de ene week vroeg begint en de andere week laat doorwerkt, of dat incidenteel wordt opgeroepen. Daar is een totaal aantal uren per maand geen bewijs van naleving, ook al klopt de loonstrook.

Wat dit betekent voor je roosters

De registratieplicht staat niet los van hoe je roosters maakt. Volgens Ondernemersplein moet je het werkrooster schriftelijk vastleggen en moeten medewerkers het kunnen inzien. Wijzig je het werkpatroon, dan moet je dat zo tijdig mogelijk melden; is daar niets over afgesproken, dan geldt een termijn van minimaal 28 dagen vooraf.

Dat raakt aan dezelfde kern als de registratieplicht: je moet op elk moment kunnen laten zien wanneer iemand werkt en wanneer niet, niet alleen achteraf optellen hoeveel uur er is gemaakt. Een rooster dat regelmatig op het laatste moment verandert, zonder dat de aanpassingen ergens worden vastgelegd, maakt het lastiger om achteraf aan te tonen dat de rusttijden zijn gehaald.

Voor bedrijven waar diensten vaak wisselen - bijvoorbeeld omdat een project uitloopt of een klus vroeger moet beginnen dan gepland - is dit het moment waarop roosterwijzigingen en werktijdenregistratie uit elkaar gaan lopen. Wat op papier het rooster is, is dan niet meer wat er daadwerkelijk is gewerkt, en juist dat verschil is waar een registratie voor bedoeld is.

Hoe je dit bijhoudt zonder dat het een project wordt

Omdat er geen vormvereisten zijn, is dit geen zaak van een duur systeem aanschaffen. Wat je nodig hebt, is een manier om van elke medewerker de begin- en eindtijd van een dienst vast te leggen, inclusief pauzes - op een manier die je achteraf kunt terugvinden per dag, niet alleen als totaal per maand.

Dat kan met een eenvoudige lijst die iemand dagelijks invult, een prikklok, of een digitaal overzicht dat is gekoppeld aan de planning. Belangrijker dan de vorm is de gewoonte: registreer op de dag zelf, niet pas achteraf uit het hoofd. Uren die iemand een week later probeert te reconstrueren, kloppen zelden precies - en juist de precieze tijden zijn waar de wet om vraagt.

Bewaar de registratie ook nadat een project is afgerond. Een controle van de Arbeidsinspectie kijkt niet alleen naar de actuele situatie, maar kan ook terugkijken naar eerdere periodes. Zonder bewaarde registratie kun je op dat moment niet meer aantonen dat de regels destijds zijn nageleefd, ook al was dat wel zo.