Vakantiegeld bouwt het hele jaar door op, maar de meeste bedrijven denken er pas aan als de uitbetaling eraan komt. Dat komt doordat het geen apart bedrag is dat ergens op een rekening staat te wachten: het is 8% van het loon dat iemand die maand verdiende, en dat percentage moet je optellen bij ieder salaris, iedere maand, voor iedere medewerker.
Bij een paar vaste medewerkers met een gelijk salaris is dat te overzien. Zodra er wisselingen in zitten, wordt het lastiger. Iemand die overwerkt, een medewerker die een tijd ziek is geweest, een uitzendkracht die halverwege het jaar begon, iemand die in mei uit dienst gaat: bij elk van die situaties telt een ander bedrag mee als basis voor het vakantiegeld. Dat reken je niet even snel na op een briefje.
Het gevolg is dat bedrijven in mei of juni ineens tegen een fors bedrag ineens aan lopen, terwijl dat geld eigenlijk al twaalf keer als klein deel had kunnen worden opgespaard. Of erger: iemand gaat tussentijds uit dienst en het opgebouwde vakantiegeld wordt vergeten, waardoor je achteraf alsnog moet uitbetalen en uitzoeken.
