Een bezoeker vult je contactformulier in. Die aanvraag komt binnen als e-mail, of als melding in het formulier-systeem van je website. Vanaf dat moment moet iemand hem overtypen: naam en adres in het CRM of de boekhouding, een regel in een Excel-lijst, misschien een taak in de agenda om terug te bellen. Bij vijf aanvragen per week is dat een kwartiertje typewerk. Bij vijftig is het een vast onderdeel van iemands dag.
Het probleem is niet de tijd die het overtypen kost, maar wat er misgaat omdat het handmatig gebeurt. Een aanvraag komt binnen op een vrijdagmiddag en wordt pas dinsdag gezien. Een telefoonnummer wordt verkeerd overgenomen. Een aanvraag die in de spamfilter van een algemeen info@-adres verdwijnt, bereikt niemand. Niets daarvan is een incident; het is een vast lek zodra een aanvraag van het ene systeem (de website) naar het andere (je klantenbestand) moet, met een mens als enige schakel ertussen.
KVK noemt in een artikel over klantgegevens een heel andere, maar verwante valkuil: ondernemers die klantdata bijhouden in Excel. Dat werkt níet, schrijft adviseur Van der Meijde, "omdat Excel er niet voor is gemaakt, het is een rekenprogramma." Hetzelfde geldt voor een webformulier dat alleen e-mails stuurt: het is gemaakt om een bericht te versturen, niet om een klantenbestand te vullen. Zodra je dat wel van het formulier verwacht, ontstaat precies het handwerk dat fouten oplevert.
Hoeveel bedrijven dit raakt, is niet in Nederlandse cijfers te vangen, maar dat Nederlandse bedrijven in vergelijking met de rest van Europa veel met systemen voor klantgegevens werken, blijkt wel uit Eurostat: in 2025 gebruikte 70% van de Nederlandse bedrijven met minimaal 10 werknemers software voor ERP, CRM of BI — samen met België het hoogste aandeel van de EU. De vraag is dus zelden óf een bedrijf zo'n systeem heeft, maar of de aanvragen van de website er automatisch in terechtkomen, of dat iemand ze er met de hand in moet zetten.
