Elke werknemer bouwt per jaar minimaal vier keer het aantal uren op dat hij per week werkt aan wettelijke vakantiedagen. Bij een werkweek van 40 uur is dat 160 uur, oftewel 20 dagen bij diensten van 8 uur. Dit staat op Ondernemersplein, het overheidsloket voor ondernemers.
Deze wettelijke dagen hebben een harde vervaltermijn. Volgens de Rijksoverheid blijven ze "na het jaar waarin uw werknemer de vakantiedagen opbouwt, nog 6 maanden geldig. Daarna vervallen de vakantiedagen." Dagen die een werknemer in 2026 opbouwt, vervallen dus op 1 juli 2027 als ze niet zijn opgenomen.
Extra dagen die je boven het wettelijk minimum toekent - bovenwettelijke vakantiedagen - vervallen niet na een half jaar. Daarvoor geldt een verjaringstermijn van 5 jaar, te rekenen vanaf het einde van het opbouwjaar. Bovenwettelijke dagen mag je bij uitdiensttreding wel uitbetalen; bij wettelijke dagen mag dat in beginsel niet, behalve bij het einde van het dienstverband.
Vakantiedagen die u in 2026 heeft opgebouwd, vervallen op 1 juli 2027.
De meeste arbeidscontracten kennen één totaal aantal dagen toe, zonder het onderscheid zelf te benoemen. Voor de vervaltermijn maakt de wet dat onderscheid dus automatisch: de eerste opgebouwde dagen in een jaar gelden als wettelijk, de dagen daarboven als bovenwettelijk.
