Zorgverlof is verlof dat een medewerker kan opnemen om te zorgen voor iemand die ziek is of zorg nodig heeft. Het staat in de Wet arbeid en zorg en bestaat in twee vormen: kortdurend en langdurend zorgverlof. Beide zijn een recht, geen gunst: als een medewerker voldoet aan de voorwaarden, moet je het verlof toekennen.
De kring van mensen waarvoor een medewerker zorgverlof kan opnemen is breed. Het gaat om kinderen (eigen kind, kind van de partner, adoptiekind, of een kind dat bij jullie in huis woont), de partner, ouders, grootouders, kleinkinderen, broers en zussen, andere huisgenoten, en bekenden waarmee een medewerker een sociale relatie heeft die het logisch maakt dat die persoon de zorg geeft. Die laatste categorie is ruimer dan veel werkgevers denken: ook een goede vriend of buur kan ervoor kwalificeren.
De kernvoorwaarde is steeds dezelfde: de zorg moet nodig zijn, en de medewerker moet de enige zijn die die zorg op dat moment kan geven. Is er professionele hulp beschikbaar die het ook kan doen, dan is er geen recht op verlof. Dat maakt zorgverlof anders dan bijvoorbeeld ouderschapsverlof, waar de voorwaarde simpelweg is dat je een kind onder de acht hebt.
