← Alle artikelen

Arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten: wel of niet doen als zzp'er?

Oarized · 31 oktober 2026

Geen werkgever die doorbetaalt bij ziekte

Word je als werknemer ziek, dan betaalt je werkgever minstens twee jaar lang een deel van je loon door, en daarna kan de WIA instappen. Als zzp'er heb je dat vangnet niet. Word je ziek of raak je arbeidsongeschikt, dan valt je omzet weg op de dag dat je stopt met werken, en er is geen automatische uitkering die daarvoor in de plaats komt.

Een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) is de manier om dat risico zelf af te dekken: je betaalt premie, en bij arbeidsongeschiktheid krijg je een periodieke uitkering, meestal een vast bedrag per maand, zolang je (deels) niet kunt werken. Die verzekering is op dit moment niet verplicht. Je regelt hem zelf, bij een verzekeraar van je keuze, of je laat het bewust achterwege.

Dat is precies waarom dit zo'n persoonlijke afweging is. Niet elke zzp'er heeft evenveel buffer, evenveel vaste lasten, of evenveel andere inkomsten in huis om een tegenvaller op te vangen. De rest van dit artikel gaat over wat een AOV dekt, wat hij kost, wat je ervan kunt aftrekken, en wat er de komende jaren verandert voor zzp'ers die zich nu niet kunnen verzekeren.

Wat een AOV dekt, en waarom de premie zo verschilt

Een AOV keert uit als je door ziekte, een ongeval of een handicap je werk niet meer (volledig) kunt doen. Je kiest zelf, binnen wat de verzekeraar aanbiedt, hoeveel uitkering je per maand wil ontvangen, vanaf welk arbeidsongeschiktheidspercentage die uitkering ingaat, en na hoeveel weken of maanden wachttijd (de eigen-risicotermijn) de uitkering start.

Die keuzes bepalen samen met je leeftijd, je gezondheid en je beroep wat de premie wordt. Een hogere gewenste uitkering, een kortere wachttijd en een risicovoller beroep maken de premie hoger. Omgekeerd verlaagt een langere wachttijd — waarbij je de eerste maanden zelf opvangt met spaargeld — de premie, omdat de verzekeraar minder vaak hoeft uit te keren.

Omdat die factoren per persoon zo verschillen, is er geen zinvol 'gemiddeld' bedrag te noemen dat voor iedereen klopt: twee zzp'ers in hetzelfde vak kunnen een heel andere premie krijgen als de ene 28 is en de andere 55, of als de ene een kantoorberoep heeft en de andere fysiek werk doet. Vraag daarom altijd een offerte op basis van je eigen situatie, en vergelijk minstens twee verzekeraars op dezelfde voorwaarden (zelfde uitkering, zelfde wachttijd), anders vergelijk je feitelijk twee verschillende producten.

Zonder AOV val je terug op jezelf

Zonder AOV, en zonder andere afspraken, is het antwoord op 'wat gebeurt er als ik ziek word' simpel: je omzet stopt, en je vaste lasten lopen door. Er is geen werkgever die een deel van je loon doorbetaalt, en de Participatiewet (bijstand) is pas een optie nadat gekeken is naar je eigen vermogen en dat van een eventuele partner — dus geen vangnet dat meteen en zonder voorwaarden intreedt.

Sommige zzp'ers vangen dit risico op een andere manier op: met een financiële buffer die groot genoeg is om een paar maanden tot een jaar zonder omzet te overbruggen, met de inkomsten van een partner, of met familie die kan bijspringen. Dat is een geldig alternatief voor een AOV, mits je eerlijk naar de cijfers kijkt: hoeveel maanden kun je daadwerkelijk overbruggen, en wat gebeurt er als de situatie langer duurt dan gepland, bijvoorbeeld bij een chronische aandoening.

De kern van de afweging is dus niet 'AOV ja of nee' als principekwestie, maar een rekensom: wat is mijn maandlast, hoeveel buffer heb ik echt, en hoe lang kan ik zonder inkomen voordat het misgaat. Die rekensom is voor iedere zzp'er anders, en verandert ook mee met de leeftijd, de gezinssituatie en de hypotheek of huur.

De premie aftrekken: wat daarvoor moet kloppen

Een AOV-premie is voor zelfstandigen vaak aftrekbaar, maar niet automatisch. Volgens de Belastingdienst mag je de premie alleen aftrekken als 'u zelf verzekeringnemer, verzekerde én begunstigde van de verzekering bent' — dus als de polis op jouw naam staat, jij degene bent die verzekerd is, en jij ook degene bent die de uitkering ontvangt.

Daarnaast moet de verzekering periodiek uitkeren bij arbeidsongeschiktheid, zoals een vast bedrag per maand zolang je (deels) niet kunt werken. Keert de polis in plaats daarvan één keer een vast bedrag uit, of staat het totale uitkeringsbedrag vooraf al vast, dan is de premie niet aftrekbaar. Ook premies die je werkgever voor je betaalt of al van je brutoloon heeft ingehouden, mag je niet nog eens zelf aftrekken.

Voor zelfstandigen die de premie zelf betalen en aan de voorwaarden voldoen, geldt de aftrek als 'uitgaven voor inkomensvoorzieningen' in de aangifte inkomstenbelasting — dus als persoonlijke aftrekpost, niet als bedrijfskosten in je winst- en verliesrekening. Werk je samen in een maatschap of vof, dan kun je je eigen deel van de premie nog steeds aftrekken, ook als de polis op naam van de maatschap staat.

Een nieuwe basisverzekering is in de maak

Niet elke zzp'er kan zich privé goed verzekeren. Wie op leeftijd is, of een gezondheidsklacht heeft, krijgt soms geen aanvaardbare offerte, of alleen tegen een premie die niet meer in verhouding staat tot het inkomen. Daarom werkt het kabinet aan een publieke basisverzekering voor die groep.

Volgens het nieuwsbericht van Rijksoverheid.nl van 13 maart 2026 bedraagt de premie 5,4% van de winst, met een maximum van €171 per maand: 'Hoe minder winst je maakt, hoe lager de premie, die sowieso een maximum kent van €171 per maand.' De uitkering loopt tot maximaal het minimumloon, en geldt tot de AOW-leeftijd. Net als bij een gewone AOV geldt een wachttijd: de eerste twee jaar vang je inkomstenverlies zelf op, bijvoorbeeld met spaargeld of inkomen van een partner.

Deze basisverzekering is bedoeld voor zelfstandigen die zich niet privé kunnen verzekeren. Wie al een eigen AOV heeft, of een bv, valt er niet onder: 'Zelfstandigen die zich privaat verzekeren of een bv hebben, vallen niet onder de basisverzekering.' Het wetsvoorstel doorliep eind 2025 een kritisch advies van de Raad van State, die het in de eerste vorm niet goed uitvoerbaar vond; het kabinet kwam in maart 2026 met een aangepast voorstel. Een definitieve ingangsdatum staat nog niet vast.

Wel of niet afsluiten: een praktische afweging

Een AOV is de moeite waard als drie dingen samenkomen: je hebt onvoldoende buffer of ander inkomen om een langdurige uitval op te vangen, je kunt tegen een redelijke premie verzekerd worden, en de vaste lasten die doorlopen (hypotheek, huur, zakelijke verplichtingen) zijn hoog genoeg om problematisch te worden zonder omzet.

Een AOV is minder vanzelfsprekend als je een forse buffer hebt opgebouwd, als een partner met een vast inkomen de vaste lasten alleen kan dragen, of als je vaste lasten laag zijn omdat je bijvoorbeeld nog thuis woont of een afbetaalde woning hebt. In die situaties kan een bewuste keuze om zelf te sparen in plaats van te verzekeren verdedigbaar zijn, mits je dat spaargeld ook echt gescheiden houdt van je andere buffers.

Wie twijfelt, kan het beste eerst een offerte aanvragen op basis van de eigen situatie, met een haalbare wachttijd (bijvoorbeeld een jaar, als de buffer dat toelaat) en een uitkering die de vaste lasten dekt, niet het volledige huidige inkomen. Dat houdt de premie behapbaar. Vergelijk die premie vervolgens met wat het risico je werkelijk kan kosten als het misgaat, en neem die beslissing met cijfers, niet met een onderbuikgevoel.