Heb je met een klant geen concrete leverdatum afgesproken, dan geldt automatisch een wettelijke grens. Volgens artikel 7:9 BW moet je bij een consumentenkoop de bestelde zaken 'onverwijld en in ieder geval binnen dertig dagen' na het sluiten van de overeenkomst afleveren. Je mag met de klant ook een andere termijn afspreken — korter of langer — maar zonder die afspraak is dertig dagen de uiterste grens, niet het streven.
Dit geldt voor een consumentenkoop: de koper is een particulier die niet namens een bedrijf koopt. Verkoop je aan een ander bedrijf, dan werkt deze regel anders (zie het laatste punt hieronder).
In de praktijk beloven de meeste webshops en bedrijven een veel kortere levertijd dan dertig dagen, bijvoorbeeld twee tot vijf werkdagen. Die kortere belofte staat meestal in je algemene voorwaarden of op de productpagina, en die afspraak gaat vóór de wettelijke dertig dagen. Met andere woorden: je kunt de wettelijke termijn niet gebruiken als excuus als je zelf een kortere levertijd hebt toegezegd. De dertig dagen zijn een vangnet voor situaties waarin helemaal niets is afgesproken — niet een vrijbrief om altijd een maand te mogen uitlopen.
Let er ook op dat de termijn ingaat op het moment dat de overeenkomst gesloten is — meestal het moment van bestellen en betalen, niet het moment waarop jij de bestelling intern inplant of een voorraadcheck doet. Een vertraging in je eigen proces, bijvoorbeeld omdat een bestelling een paar dagen in een wachtrij blijft liggen voordat iemand hem oppakt, telt gewoon mee binnen die dertig dagen.
