Werk je met oproepkrachten — bijvoorbeeld op een nulurencontract of een min-maxcontract — dan moet je ze minimaal 4 dagen van tevoren oproepen. Dat staat in artikel 7:628a van het Burgerlijk Wetboek. De oproep moet schriftelijk of elektronisch gebeuren: een mail of appje is voldoende, een mondelinge afspraak aan de balie niet.
Roep je iemand op met minder dan 4 dagen van tevoren, dan is die persoon niet verplicht te komen werken. Zegt de oproepkracht dan af, dan heb je geen poot om op te staan: de wet staat aan zijn of haar kant.
In een cao kan deze termijn worden verkort, tot minimaal 1 dag. Werk je in een sector met een cao — horeca, detailhandel, uitzendwerk komt vaak voor — check dan eerst die cao voordat je uitgaat van de wettelijke 4 dagen. Sommige cao's hanteren 2 of 3 dagen.
De termijn geldt niet alleen voor de eerste oproep. Wil je iemand die al is opgeroepen op een ander tijdstip laten werken, dan geldt dezelfde termijn voor die wijziging.
"Roept uw werkgever u minder dan 4 dagen van tevoren op? Dan hoeft u niet te komen werken." — Rijksoverheid, over oproepovereenkomsten
Voor de planning betekent dit concreet: een rooster dat je op maandag rondstuurt voor de week die op donderdag begint, voldoet niet. Je moet minimaal 4 volle dagen marge inbouwen, en bij ziekte of uitval van een collega kun je niet zomaar iemand anders 'even' inplannen voor morgen zonder diens instemming.
