← Alle artikelen

Opschortingsrecht: je levering stopzetten als een klant niet betaalt

Oarized · 28 oktober 2026

Wat opschortingsrecht precies is

Een klant betaalt niet, maar vraagt gewoon door: nog een levering, nog een fase in het project, nog een dienst. Moet je dat doen, of mag je wachten tot de rekening is voldaan?

De wet geeft daarvoor een vast antwoord. Volgens artikel 6:52 van het Burgerlijk Wetboek mag je de nakoming van je eigen verplichting opschorten als je een opeisbare vordering hebt op je wederpartij, zolang er voldoende samenhang is tussen die vordering en de verplichting die je opschort. De wet noemt expliciet als voorbeeld van voldoende samenhang: verplichtingen die voortvloeien uit dezelfde rechtsverhouding, of uit overeenkomsten die partijen regelmatig met elkaar sluiten.

Dat betekent concreet: stuur je een klant iedere maand een factuur voor een abonnement of een onderhoudscontract, en blijft de betaling van de vorige maand uit? Dan mag je de levering van de volgende maand opschorten, ook al gaat het om twee aparte facturen. Ze vallen onder dezelfde doorlopende afspraak.

Opschorten is geen sanctie en geen verbreking van het contract. Het is een tijdelijk drukmiddel: zodra de klant betaalt, moet je weer leveren. Dat onderscheidt opschorting van ontbinding, waarbij de overeenkomst zelf eindigt, en van retentierecht, waarbij je een zaak van de klant onder je houdt.

De drie voorwaarden waar je aan moet voldoen

Niet elke achterstand geeft je het recht om te stoppen met leveren. Volgens de toelichting van advocatenkantoor Dirkzwager moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan voordat een opschorting standhoudt.

  • Opeisbare vordering. De tegenpartij moet daadwerkelijk te laat zijn met een verplichting, bijvoorbeeld een betaling waarvan de afgesproken termijn is verstreken. Een factuur die morgen pas vervalt, geeft nog geen recht op opschorting.
  • Samenhang. Er moet een verband zijn tussen wat de klant jou verschuldigd is en wat jij opschort. Bij een lopende relatie, zoals een abonnement, een raamovereenkomst of een vaste leverancier, is dat verband er meestal vanzelf.
  • Proportionaliteit. De opschorting moet in verhouding staan tot de tekortkoming. Dirkzwager noemt als voorbeeld dat je een order van 150 banken niet stopzet omdat een klant een klein bedrag een paar dagen te laat heeft overgemaakt. Bij een factuur van een paar duizend euro die al maanden openstaat, ligt dat anders.

Er komt nog een praktische eis bij: volgens dezelfde toelichting hoor je de klant te laten weten dát je opschort en op welke grond. Dat is geen wettelijke verplichting in strikte zin, maar wie zwijgt en gewoon niet levert, maakt het voor zichzelf lastiger om achteraf aan te tonen dat de opschorting terecht was.

Hoe dit er in de praktijk uitziet

Opschortingsrecht is relevant voor meer situaties dan het beeld van de aannemer die stopt met bouwen.

Een paar voorbeelden die vaker voorkomen:

  • Een groothandel levert maandelijks aan een vaste klant op rekening. Twee facturen staan open voorbij de betaaltermijn. De groothandel mag de volgende bestelling vasthouden totdat het openstaande bedrag is voldaan, want de vorderingen en de nieuwe levering vallen onder dezelfde, regelmatig herhaalde handelsrelatie.
  • Een bureau werkt in fases aan een project en factureert per fase. De klant betaalt fase 1 niet. Het bureau mag het starten met fase 2 opschorten tot de eerste factuur is voldaan, mits dat in de overeenkomst niet is uitgesloten.
  • Een softwareleverancier verlengt jaarlijks een licentie. Blijft de betaling uit, dan kan de leverancier de verlenging opschorten, zolang de algemene voorwaarden dat niet al specifiek anders regelen, bijvoorbeeld via een vaste opzegtermijn in plaats van opschorting.

In alle drie situaties geldt dezelfde grens: je mag niet verder gaan dan nodig om de wederpartij tot nakoming te bewegen. Een webshop die een pakket van veertig euro vasthoudt omdat een factuur van achtendertigduizend euro openstaat, voldoet aan die grens. Omgekeerd ligt dat anders: een grote lopende order stopzetten voor een paar tientjes achterstand houdt geen stand.

Waar het misgaat

Opschorten voelt vaak als het enige drukmiddel dat je hebt, maar een onterechte opschorting kan je meer kosten dan het oplevert.

  • Je bent zelf in verzuim. Heb je zelf een eerdere levering niet op tijd gedaan, of ben je zelf de partij die een verplichting niet nakomt? Dan kun je je in de regel niet op opschorting beroepen tegen de klacht van de andere partij over diezelfde relatie. Wie zelf in gebreke is, kan niet van de ander eisen dat die wél presteert.
  • Ten onrechte opschorten is zelf een tekortkoming. Blijkt achteraf dat de vordering niet opeisbaar was, of dat de opschorting niet in verhouding stond tot de tekortkoming, dan loop je het risico dat een rechter oordeelt dat jij degene bent die niet is nagekomen, met een eigen schadeclaim van de klant tot gevolg.
  • Algemene voorwaarden kunnen het recht beperken of juist verruimen. Partijen mogen het opschortingsrecht contractueel uitsluiten, beperken of verruimen. Check dus eerst je eigen voorwaarden en die van de klant voordat je een beroep doet op opschorting, vooral bij internationale contracten waar een ander rechtsstelsel van toepassing kan zijn.
  • Bewijslast ligt bij jou. Wordt de opschorting aangevochten, dan moet jij aantonen dat aan de voorwaarden was voldaan: dat de vordering opeisbaar was, dat er samenhang was, en dat de opschorting proportioneel was.

"Een opschortingsbevoegdheid die ten onrechte wordt ingeroepen, levert zelf een tekortkoming op." — samenvatting van de heersende lijn in de toelichting van Dirkzwager op artikel 6:52 en 6:262 BW.

Wat je vastlegt voordat je opschort

Een beroep op opschorting staat sterker als je het moment zelf goed vastlegt, niet pas wanneer er al een geschil loopt.

  • Leg de vordering vast. Noteer welke factuur openstaat, sinds wanneer, en welke betalingstermijn gold. Zonder een aantoonbare, opeisbare vordering heeft opschorting geen basis.
  • Stuur eerst een herinnering met een duidelijke termijn, voordat je de volgende levering stopzet. Dat is geen wettelijke verplichting, maar het maakt voor een rechter of een geschillencommissie zichtbaar dat de opschorting niet uit de lucht kwam vallen.
  • Meld schriftelijk dat je opschort en waarom. Een e-mail volstaat: omdat factuur zoveel van die datum onbetaald is, schorten wij de levering van die dienst op totdat deze is voldaan. Bewaar die mail.
  • Beoordeel de verhouding tussen bedrag en opschorting voordat je handelt. Een grote order stopzetten voor een klein openstaand bedrag is een risico, geen zekerheid.
  • Check je eigen algemene voorwaarden en die van de klant op een afwijkende regeling vóórdat je opschort, niet erna.

Dat laatste is waar het vaakst misgaat: bedrijven schorten eerst op en zoeken daarna pas de juridische onderbouwing erbij. De volgorde moet andersom zijn.