← Alle artikelen

Relatiebeding: wat het is en hoe het verschilt van een concurrentiebeding

Oarized · 25 oktober 2026

Wat een relatiebeding is en waarom werkgevers het gebruiken

Een relatiebeding is een afspraak in een arbeidsovereenkomst die een vertrekkende medewerker verbiedt om na het einde van het dienstverband contact te onderhouden met klanten, leveranciers of andere zakelijke relaties van de werkgever. Niet alleen actief benaderen valt erbuiten — ook reageren als een klant zelf contact zoekt, kan onder het beding vallen, afhankelijk van hoe het is geformuleerd.

Het beding is bedoeld om een heel specifiek risico af te dekken: dat een medewerker die nauw met klanten heeft gewerkt, na zijn vertrek die klanten meeneemt naar een nieuwe werkgever of naar zijn eigen bedrijf. Bij functies waarin iemand de klantrelatie grotendeels zelf heeft opgebouwd — denk aan accountmanagers, adviseurs of zelfstandige consultants in dienst — is dat een reëel risico, en daarom komt het beding vaak voor in die rollen.

Een relatiebeding staat meestal niet op zichzelf. Het wordt vaak samen met een concurrentiebeding in het contract opgenomen, als twee aparte bepalingen die elk een ander risico afdekken. Dat onderscheid is belangrijk, want het bepaalt ook wat een vertrekkende medewerker wel en niet mag: hij kan bijvoorbeeld wel bij een concurrent aan de slag, maar toch niet de oude klanten van zijn vorige werkgever benaderen, of omgekeerd.

Het verschil met een concurrentiebeding

Een concurrentiebeding en een relatiebeding worden vaak in één zin genoemd, maar ze beperken iets anders. Een concurrentiebeding verbiedt een medewerker om na zijn vertrek bij een concurrent te gaan werken, of zelfstandig hetzelfde soort werk te doen. Dat raakt dus aan het werk zelf en aan wie de nieuwe werkgever is.

Een relatiebeding raakt niet aan het werk, maar aan de klantrelatie. Volgens CNV is het relatiebeding een lichtere vorm: een medewerker met alleen een relatiebeding mag wél voor een concurrent aan de slag, maar mag geen klanten, leveranciers of samenwerkingspartners van zijn oude werkgever meenemen of actief benaderen.

In de praktijk kiezen werkgevers soms bewust voor alleen een relatiebeding in plaats van een volledig concurrentiebeding, juist omdat het de vrijheid van de medewerker om ander werk te vinden minder beperkt. Een rechter weegt een relatiebeding daardoor doorgaans ook iets milder dan een concurrentiebeding, al blijft de uiteindelijke beoordeling afhankelijk van de functie, de duur en de omvang van het beding.

Beide bedingen kunnen gecombineerd worden met een boetebepaling: een vast bedrag dat de medewerker verschuldigd is als hij de afspraak toch overtreedt. Die boete moet in het contract staan en mag niet onredelijk hoog zijn in verhouding tot het risico dat wordt afgedekt.

Wanneer een relatiebeding geldig is

Voor een relatiebeding gelden in grote lijnen dezelfde regels als voor een concurrentiebeding. Volgens AWVN is een concurrentie- en/of relatiebeding alleen geldig als de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan, en het beding schriftelijk is overeengekomen met een medewerker die al meerderjarig is op het moment van tekenen.

In een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd mag in beginsel geen concurrentie- of relatiebeding staan. Dat mag alleen als het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen, en die reden moet dan expliciet in het beding zelf zijn opgenomen — verwijzen naar een los document is niet voldoende. Ontbreekt die schriftelijke motivering, dan is het beding nietig, ook als er inhoudelijk wel een goede reden voor zou zijn.

AWVN noemt als voorbeelden van een zwaarwegend belang: toegang tot zeer gevoelige bedrijfsinformatie, een unieke functie waarin de medewerker zelf is opgeleid door het bedrijf, of een functie die direct concurrentie met de werkgever mogelijk maakt. Een cao-bepaling is niet genoeg om het beding geldig te maken, omdat de wet een individuele, schriftelijke instemming van de medewerker zelf vereist.

Ten slotte moet de omvang van het beding redelijk zijn: de duur, het gebied en de groep relaties waarop het beding slaat. CNV noemt een periode van één tot twee jaar als wat in de praktijk vaak wordt afgesproken; een rechter kan een langere periode als onredelijk beoordelen.

De twee bedingen staan los van elkaar

Een praktisch punt dat werkgevers vaak over het hoofd zien: een concurrentiebeding en een relatiebeding zijn twee aparte afspraken, en een rechter beoordeelt ze ook los van elkaar. Het ene beding kan geldig blijven terwijl het andere wordt vernietigd, bijvoorbeeld omdat de duur van het relatiebeding onredelijk is, terwijl het concurrentiebeding in hetzelfde contract wel aan alle eisen voldoet.

De kantonrechter kan een beding geheel of gedeeltelijk vernietigen als het de medewerker onredelijk benadeelt in verhouding tot het belang van de werkgever dat het beding beschermt. Dat is een afweging per geval: hoe zwaar weegt het risico dat de werkgever loopt, tegenover hoeveel het de medewerker beperkt in zijn mogelijkheden om nieuw werk te vinden.

Voor de praktijk betekent dit dat je de twee bedingen niet als één geheel moet behandelen, ook niet bij het opstellen. Een relatiebeding met een beperkte, duidelijk omschreven groep relaties en een redelijke duur overleeft een toets bij de rechter vaker dan een breed geformuleerd verbod dat eigenlijk op alle denkbare klanten en voor onbepaalde tijd zou gelden. Hoe specifieker je het beding koppelt aan het daadwerkelijke risico — welke klanten, welke informatie, welke periode — hoe groter de kans dat het overeind blijft als een vertrekkende medewerker het laat toetsen.

Wat dit betekent voor jouw arbeidscontracten

Gebruik je een relatiebeding, dan is het verstandig om het als eigen, herkenbare bepaling in het contract op te nemen, los van het concurrentiebeding, met een eigen omschrijving van wie er onder 'relaties' valt: alleen actieve klanten, of ook leveranciers en samenwerkingspartners. Een vage formulering als 'alle klanten van het bedrijf' is lastiger te handhaven dan een beding dat aansluit bij de klanten waarmee de medewerker zelf daadwerkelijk heeft gewerkt.

Werk je met tijdelijke contracten, dan moet je vooraf beslissen of een relatiebeding nodig is, en zo ja, waarom. Die reden moet in het beding zelf staan, niet alleen in een functieomschrijving of personeelshandboek. Zonder die schriftelijke motivering is het beding bij een tijdelijk contract niet geldig, ook niet als de medewerker het contract heeft ondertekend.

Controleer bij een nieuwe arbeidsovereenkomst ook of een eerder gebruikte modeltekst nog aansluit bij de functie. Een relatiebeding dat ooit is opgesteld voor een seniorverkoper met een grote eigen klantenportefeuille, past niet automatisch op een starter die nog geen klantcontact heeft. Een rechter kijkt naar de daadwerkelijke functie-inhoud op het moment van vertrek, niet naar de bedoeling waarmee het beding ooit in het contract is gezet. Bij twijfel over een specifiek contract is juridisch advies de aangewezen weg, want de uitkomst hangt sterk af van de precieze functie en formulering.