← Alle artikelen

SLIM-subsidie aanvragen: wat je terugkrijgt voor scholing

Oarized · 19 oktober 2026

Wat de SLIM-subsidie dekt — en wat niet

De SLIM-subsidie (Stimuleringsregeling Leren en Ontwikkelen in het mkb) is een subsidie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het idee: kleine en middelgrote bedrijven hebben vaak geen tijd, geld of kennis om scholing structureel op te zetten, terwijl grote bedrijven dat wel hebben. De subsidie moet dat verschil verkleinen.

De regeling vergoedt niet "scholing in het algemeen". Ze vergoedt drie specifieke activiteiten, vastgelegd in artikel 2.4 van de SLIM-regeling:

  • een doorlichting van je bedrijf die uitmondt in een opleidings- of ontwikkelplan;
  • loopbaan- of ontwikkeladvies voor je medewerkers, met minimaal vier uur individuele gesprekken per persoon;
  • het invoeren of ontwikkelen van een leer- en ontwikkelmethode binnen je bedrijf.

Wat er dus niet onder valt: een losse cursus, een opleiding voor één medewerker zonder bredere aanpak, of scholingskosten die je sowieso al had gepland zonder plan of advies eromheen. De subsidie beloont het proces van structureel leren opzetten, niet de factuur van de trainer.

Dat onderscheid verklaart waarom aanvragen soms worden afgewezen: de aanvrager denkt een opleiding te subsidiëren, terwijl de regeling een traject subsidieert.

Welke bedrijven in aanmerking komen

De SLIM-subsidie is er voor mkb-ondernemingen. De regeling hanteert daarvoor een precieze grens, los van hoe de Belastingdienst of KvK "mkb" gebruiken:

  • een kleine onderneming: minder dan 50 medewerkers, met een jaaromzet of balanstotaal van niet meer dan €10 miljoen;
  • een middelgrote onderneming: minder dan 250 medewerkers, met een jaaromzet van niet meer dan €50 miljoen of een balanstotaal van niet meer dan €43 miljoen.

Val je buiten deze grenzen, dan kun je als individueel bedrijf geen beroep doen op deze subsidie. Grotere bedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector hebben via een samenwerkingsverband nog wel een route.

Een voorwaarde die nieuwe aanvragers vaak missen: de activiteit moet gericht zijn op werkenden in de onderneming — niet op de eigenaar zelf. De regeling zegt het zo:

Een activiteit komt niet voor subsidie in aanmerking, indien de werkenden in de onderneming waarop de activiteit zich richt, enkel bestaan uit werkenden die bestuurder van de onderneming zijn of in het handelsregister zijn geregistreerd als degenen aan wie de onderneming toebehoort.

Met andere woorden: een zzp'er zonder personeel die zelf een cursus wil volgen, komt met dat doel niet in aanmerking. Heb je personeel in dienst, dan kun je wel subsidie aanvragen voor de scholing van je medewerkers.

Hoeveel je terugkrijgt: percentages en maxima

De bedragen verschillen per activiteit en per aanvraagvorm.

Vraag je als individuele mkb-onderneming aan voor een doorlichting of het invoeren van een leer- en ontwikkelmethode, dan krijg je 60% van de subsidiabele kosten terug, tot maximaal €25.000 per aanvraag. Voor landbouwbedrijven ligt dat maximum op €20.000. Om in aanmerking te komen, moeten de subsidiabele kosten minimaal €5.000 bedragen — daaronder is een aanvraag niet mogelijk.

Vraag je loopbaan- of ontwikkeladvies aan, dan werkt het anders: geen percentage, maar een vast bedrag van €700 per afgerond traject.

Doe je mee in een samenwerkingsverband van minimaal twee mkb-bedrijven, dan ligt het totale maximum op €500.000, waarbij geen enkele deelnemer meer dan €200.000 mag krijgen. Voor landbouwbedrijven is dat €20.000, voor visserijbedrijven €30.000 en voor bedrijven in het goederenvervoer over de weg €100.000.

Wat telt als subsidiabele kosten: externe kosten die je echt hebt gemaakt, de brutoloonkosten van je eigen mensen die aan het traject werken (verhoogd met een opslag van 32%, berekend op basis van 1.720 werkbare uren per jaar), plus een vaste toeslag van 15% over die twee posten samen voor overige kosten. Moet er een accountantscontrole bij de vaststelling, dan komt daar een vast bedrag van €3.000 bovenop.

Wanneer de SLIM-subsidie niet loont

Drie situaties waarin aanvragen weinig oplevert of niet mogelijk is.

Je hebt geen personeel. Ben je zzp'er of eenpitter en wil je subsidie voor je eigen scholing, dan voldoe je niet aan de eis dat de activiteit gericht moet zijn op werkenden die geen bestuurder of eigenaar zijn. Dit is de meest gemaakte fout bij aanvragen van kleine bedrijven.

Je project is te klein. Onder de €5.000 subsidiabele kosten kun je voor de doorlichting of de ontwikkelmethode helemaal niet aanvragen. Zit je er net boven, dan is de vraag of het de moeite waard is: bij bijvoorbeeld €6.000 aan kosten krijg je €3.600 subsidie, maar moet je wel een activiteitenplan en begroting indienen, en bij een eventuele accountantscontrole betaal je €3.000 vast — bijna de helft van het subsidiebedrag.

Het budget is op voordat jij aan de beurt bent. Bij elk aanvraagtijdvak stelt de minister een subsidieplafond vast. Komen er meer volledige aanvragen binnen dan er budget is, dan bepaalt loting de behandelvolgorde — niet wie het eerst indiende. Dien je laat in een tijdvak in, dan is er een reële kans dat het budget al is uitgeput door de loting, ook als jouw aanvraag verder in orde was.

Reken dus niet op de subsidie als vaststaand onderdeel van je scholingsbudget. Zie het als een kans die je kunt proberen te pakken, niet als een vaste tegemoetkoming.

Hoe en wanneer je aanvraagt

De SLIM-regeling zelf legt geen vaste kalenderdata vast. De minister bepaalt jaarlijks binnen welke aanvraagtijdvakken je kunt indienen en hoeveel budget — het subsidieplafond — er in elk tijdvak beschikbaar is. Deze data worden gepubliceerd in de Staatscourant en op uitvoeringvanbeleidszw.nl. Check die bron dus altijd voor de actuele openingsdata, in plaats van te vertrouwen op een datum die je ergens anders hebt gelezen — die kan van een vorig jaar zijn.

Een praktisch detail: als een tijdvak niet volledig wordt benut, mag het resterende budget worden doorgeschoven naar een volgend tijdvak in hetzelfde kalenderjaar. Een tijdvak dat weinig aanvragen trekt, vergroot dus de kans in een later tijdvak van hetzelfde jaar.

Voor de aanvraag zelf heb je nodig: een activiteitenplan, een begroting, en een bewijs dat je bedrijf aan de mkb-definitie voldoet (de mkb-verklaring). Bij een samenwerkingsverband komt daar een getekende samenwerkingsovereenkomst bij, met een machtiging voor de hoofdaanvrager om de andere partijen te vertegenwoordigen. Alles gaat via het elektronische aanvraagformulier op het portaal van Uitvoering van Beleid.

Reken op enkele weken voorbereidingstijd voordat een tijdvak opent: het plan en de begroting moeten af zijn vóór je kunt indienen, en bij loting telt volledigheid, niet snelheid.