← Alle artikelen

Verliesverrekening vennootschapsbelasting: de termijnen en de 50%-grens

Oarized · 1 november 2026

Wat verliesverrekening betekent

Maakt je bv in een jaar verlies, dan betaal je over dat jaar geen vennootschapsbelasting. Dat verlies verdwijnt niet: je mag het wegstrepen tegen winst uit een ander jaar, zodat je over dat deel van de winst alsnog geen belasting betaalt. Dat wegstrepen heet verliesverrekening, en de Belastingdienst kent daarvoor twee richtingen: achterwaarts (carry back) met de winst van het voorgaande boekjaar, en voorwaarts (carry forward) met de winst van latere boekjaren.

De volgorde ligt vast en is niet iets wat je zelf kiest. Volgens de Belastingdienst wordt een verlies eerst verrekend met de winst van het voorgaande boekjaar; wat daarna overblijft, gaat pas voorwaarts naar latere jaren. Je kunt dus niet besluiten om een verlies liever helemaal voorwaarts te bewaren als er in het jaar ervoor winst stond: de achterwaartse verrekening gaat eerst.

Voor een eenmanszaak of een vof werkt verliesverrekening anders, via de inkomstenbelasting. Dit artikel gaat specifiek over de vennootschapsbelasting, dus over bv's en andere rechtspersonen die vpb-plichtig zijn.

Voorwaartse verliesverrekening: sinds 2022 geen tijdslimiet meer

Tot en met 2021 kon je een verlies maximaal zes jaar voorwaarts verrekenen; daarna verviel het recht om het nog te gebruiken. Sinds 2022 is die tijdslimiet eraf. De Belastingdienst stelt het zo: verliezen uit 2022 en later zijn onbeperkt voorwaarts verrekenbaar. Dat geldt ook voor verliezen uit boekjaren vanaf 2013 die eind 2021 nog voorwaarts verrekenbaar waren; die vervallen dus niet alsnog door de overgang naar de nieuwe regeling.

Dat is in de kern goed nieuws: een verlies raak je niet meer kwijt simpelweg omdat er te veel jaren overheen gaan. Een bv die in 2022 een flink verlies maakte en pas in 2030 weer structureel winst draait, kan dat verlies in 2030 nog steeds inzetten.

Maar onbeperkt in tijd is niet hetzelfde als onbeperkt in bedrag per jaar. Daar komt de volgende regel om de hoek kijken: hoeveel van de winst van een bepaald jaar je daadwerkelijk mag wegstrepen met oude verliezen, is wél aan een plafond gebonden, en dat plafond geldt voor winsten vanaf 2022.

De grens van 1 miljoen euro plus 50%

Vanaf 2022 geldt een plafond op hoeveel verlies je in één jaar mag verrekenen met de winst van dat jaar. Is de winst €1.000.000 of minder, dan mag je verrekenen tot het volledige bedrag van die winst; er verandert dan niets ten opzichte van vroeger. Ligt de winst hoger dan €1.000.000, dan mag je altijd die eerste €1.000.000 verrekenen, plus 50% van het bedrag daarboven.

De Belastingdienst geeft hiervan een rekenvoorbeeld: bij een winst van €9 miljoen en een verlies van €7 miljoen mag je €5 miljoen verrekenen (€1.000.000 plus 50% van de resterende €8 miljoen winst, is €4.000.000, samen €5.000.000). Het overblijvende verlies van €2 miljoen verdwijnt niet, maar schuift door naar een volgend jaar, waar dezelfde regel opnieuw geldt.

Deze beperking geldt zowel voor voorwaartse als voor achterwaartse verrekening met winsten vanaf 2022. Voor de meeste kleinere bv's, waar de jaarwinst onder de €1.000.000 blijft, verandert er in de praktijk niets: dan verreken je nog steeds tot het volledige winstbedrag. De regel wordt pas voelbaar bij een winst boven dat miljoen, bijvoorbeeld na de verkoop van een bedrijfspand of een eenmalige grote order.

Niet wachten op de definitieve aanslag: voorlopige verliesverrekening

Normaal gesproken verrekent de Belastingdienst een verlies pas zodra de aanslag over het verliesjaar definitief vaststaat, en dat kan maanden duren. Wil je niet zo lang wachten op het belastingvoordeel van een verlies dat je al hebt aangegeven, dan kun je om een voorlopige verliesverrekening vragen. Daarmee wordt het verlies al eerder verrekend met de winst van het voorgaande jaar, voordat de aanslag over het verliesjaar zelf klaar is.

Daar zijn volgens de Belastingdienst wel twee voorwaarden aan verbonden: de aangifte over het verliesjaar moet zijn ingediend, en de aanslag over het jaar waarmee je wilt verrekenen (het jaar met de winst) moet al definitief vaststaan. Je vraagt de voorlopige verrekening schriftelijk aan bij je belastingkantoor, en de Belastingdienst legt die vast in een beschikking.

Belangrijk detail: bij een voorlopige verliesverrekening wordt maximaal 80% van het aangegeven verlies verrekend, niet de volledige 100%. Zodra de aanslag over het verliesjaar uiteindelijk definitief wordt vastgesteld, houdt de Belastingdienst rekening met wat er al voorlopig is verrekend, en wordt het verschil rechtgetrokken.

Wanneer een verlies niet verrekenbaar is

Verliesverrekening is niet in elke situatie mogelijk. De Belastingdienst noemt drie gevallen waarin het recht om een verlies te verrekenen vervalt of wordt beperkt. Het eerste is een belangenwijziging: verandert het aandeelhoudersbelang in de bv voor een belangrijk deel, dan kunnen oude verliezen hun voorwaartse verrekenbaarheid verliezen. Dat is relevant bij een bedrijfsovername, een management buy-out of het binnenhalen van een nieuwe investeerder met een flink aandelenbelang.

Het tweede geval is het houdsterverlies: verliezen van een bv die vooral aandelen houdt of groepsfinanciering verzorgt, mag je alleen verrekenen met winst uit jaren waarin die bv ook daadwerkelijk als houdster- of financieringsmaatschappij actief was. Een gewone bv met operationele activiteiten loopt hier doorgaans niet tegenaan, maar een holdingstructuur met een tussenholding wel.

Het derde geval gaat over fiscale beleggingsinstellingen die in een eerdere periode niet als zodanig waren aangemerkt; dat is een smal, specifiek scenario dat voor de meeste bv's niet speelt. Twijfel je of een van deze uitzonderingen op jouw situatie van toepassing is, dan is dat typisch een vraag voor je accountant of de Belastingdienst zelf, niet iets om op goed geluk te laten lopen bij het invullen van de aangifte.